Ds. Oussoren: Als emeritus preek ik van het hoge noorden tot het verre zuiden
In dit artikel:
Ds. Oussoren, 71‑jarige predikant van de Hersteld Hervormde Kerk, staat deze vrijdag veertig jaar in het ambt. Hij woont sinds september in een seniorenflat in Kampen, waar zijn voormalige huis in IJsselmuiden achterbleef en zijn omvangrijke boekencollectie fors moest worden verkleind. Twee jaar geleden overleed zijn vrouw; haar steun was volgens hem onvoorwaardelijk: zij stond “voor 200 procent” achter hem. Eerder kampte hij met longsarcoïdose waardoor zijn gezichtsvermogen sterk verslechterde, maar na behandelingen — onder meer voetreflextherapie — verbeterde zijn zicht weer.
Als emeritus is Oussoren landelijk actief: hij valt geregeld in kerken van het hoge noorden tot het verre zuiden en voelt zich thuis in de hele kerkelijke breedte — van kleine vrije gemeenten tot hervormde gemeentes, en ook bij groepen als Ledeboerianen en thuislezers. Na zijn emeritaat verleende hij twee jaar pastorale bijstand en bood later zijn diensten aan bij de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Die poging strandde na overleg met de classis Oost; er werd gestemd maar er was onvoldoende draagvlak om hem aan te nemen, zonder dat hem duidelijk werd waarom.
Oussoren profileert zich als verdediger van wat hij noemt “hervormd denken”: een gereformeerd‑katholieke gezindheid met nadruk op de eenheid van kerk en staat, de voortdurende reformatie van de kerk en de verantwoordelijkheid voor het hele gedoopte volk. Hij is uitgesproken tegen scheiding van kerk en staat en ziet de staat als voedster‑ of hoederlijke instantie van de kerk. Tegelijk tekent hij bezorgdheid over de ontwikkeling binnen zijn eigen richting: oudere generaties bewaren het historische hervormde denken, maar nieuwe aanwas uit afgescheiden, organisatorisch ingestelde kringen brengt volgens hem activistischer en afscheidingsgericht gedrag mee, met minder besef van de verbondsbreuk tussen God en Nederland.
Politiek en kerkelijk staat Oussoren kritisch tegenover democratische principes in de kerk en waarschuwt voor opwekkingsactivisme en een linker‑oriëntatie binnen kerkelijke kringen. Toch maakt hij zich geen neerdrukkende zorgen: hij gelooft in Gods werkzame Drie‑enigheid en hoopt op een oprecht kerkelijk herstel — een opwekking die terugkeert naar wet en getuigenis zonder het Evangelie te verzwakken.