Ds. Heldring hielp verwaarloosde meisjes en „gevallen, boetvaardige vrouwen"

donderdag, 20 augustus 2026 (18:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Ottho Gerhard Heldring (1804-1876) was een predikant en centrale figuur van het maatschappelijke Reveil, de negentiende-eeuwse beweging die zich niet alleen inzette voor het gereformeerde geloof, maar ook voor onderwijs en hulp aan kwetsbare mensen. Hij wilde voorkomen dat armen, verslaafden en verwaarloosde jongeren tussen wal en schip raakten. Daarom hielp hij gemeenteleden aan werk, bestreed hij alcoholmisbruik en richtte hij verschillende liefdadigheidsinstellingen op.

Van 1827 tot 1867 was Heldring predikant in Hemmen, een klein dorp in de Overbetuwe. In de kerk herinneren een gedenkplaat, een predikantenbord en het kerkzegel aan zijn werk. Volgens koster Jan van den Brandhof liet Heldring zich sterk aanspreken door Ezechiël 34, waarin herders worden verweten dat zij de zwakken niet helpen. Hij wilde juist een betrouwbare herder zijn. Heldring onderhield bovendien contact met baron Frans Godard van Lynden, de heer van Hemmen, die hem steunde en toegang gaf tot zijn bibliotheek.

Heldring had ook belangstelling voor geschiedenis en archeologie. Toen bij een graf in Hemmen een middeleeuwse zandstenen sarcofaag met menselijke schedels werd gevonden, was hij aanwezig bij de opening. Hij onderzocht de vondst, erkende het historische belang ervan en schreef erover.

Na zijn afscheid in Hemmen verhuisde Heldring in 1867 naar het nabijgelegen Zetten, waar hij zich volledig op zijn maatschappelijke werk richtte. Daar stichtte hij vanaf 1848 instellingen voor vrouwen en meisjes die bescherming, begeleiding en een nieuwe toekomst nodig hadden. Asyl Steenbeek was bedoeld voor vrouwen die hun leven wilden beteren. Talitha Kumi ving verwaarloosde meisjes onder de zestien jaar op en Bethel bood later hulp aan oudere minderjarige meisjes.

Ook zorgde Heldring voor de bouw van de Vluchtheuvelkerk, die vanaf 1870 de vaste kerk van zijn pupillen werd. De kerk stond op een kunstmatig aangelegde terp, zodat bewoners bij een dijkdoorbraak konden vluchten. Op de zolder was plaats voor ongeveer 300 mensen; tijdens het hoge water in 1995 was die schuilplek bijna nodig. In de kerk herinneren onder meer een plaquette, oude teksten en een handvormig symbool op de toren aan Heldring. Zijn pupillen zaten vroeger tijdens de diensten deels gescheiden van de andere kerkgangers.

De instellingen behielden ook tijdens de Tweede Wereldoorlog iets van Heldrings beschermende erfenis. Joodse vrouwen en kinderen konden er onderduiken doordat het bestuur de Duitse bezetter met een verzonnen gezondheidswaarschuwing op afstand hield. Heldring werd begraven bij de Vluchtheuvelkerk, naast zijn vrouw. Op hun grafsteen staat de Bijbeltekst: „De liefde vergaat nimmermeer.”

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen zeer verbaasd over column van Tina Nijkamp: 'Dat is jouw concurrent!'