Drugs, vechtpartijen en gebrek aan controle - zo ontspoort de markt voor begeleid wonen
In dit artikel:
De snelgroeiende markt voor begeleid en beschermd wonen is in korte tijd uitgegroeid tot een onoverzichtelijke sector waar integere zorgverleners, commerciële zoekers en criminele netwerken door elkaar heen lopen. In Amsterdam — de stad die in dit onderzoek centraal staat — is het aantal organisaties dat zichzelf als woon‑zorginstelling registreert gestegen van 66 in 2021 naar 116 nu. Landelijk nam het aantal geregistreerde aanbieders toe van ongeveer 2.400 begin 2021 tot 3.700 begin dit jaar.
Wat er verandert is dat door het verdwijnen van plaatsen in gespecialiseerde instellingen de vraag naar woonzorg explosief steeg. Gemeenten, zorgkantoren en ministeries betalen via verschillende regelingen (jeugdzorg, Wmo, Wlz en Justitie) grote bedragen voor verblijf en begeleiding, soms tot honderden duizenden euro’s per cliënt per jaar. De gemeente Amsterdam noteerde bijvoorbeeld betalingen voor “hoogspecialistische jeugdhulp met verblijf” die stegen van 54 miljoen euro in 2023 naar 78 miljoen in 2025; individuele tarieven kunnen oplopen tot meer dan €1.000 per etmaal wanneer een aanbieder één-op-één begeleiding declareert.
Die geldstromen en de versnippering van verantwoordelijkheden creëren een speelveld waarin toezicht en controle tekortschieten. Verschillende toezichthouders — zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en gemeenten — wijzen naar elkaar als het gaat om financiële en kwaliteitscontrole. Jaarrekeningen moeten worden ingediend en gepubliceerd, maar Follow the Money vond dat veel ongecontracteerde aanbieders die verplichting niet of gebrekkig nakomen. Voorbeelden: Stichting Moving Up (bekend van TikTok‑advertenties met influencers als Yousri Belgaroui) had geen deponeringsstukken; bij Unite Multizorg zorgde een fout in de verslaglegging voor onduidelijkheid over de rechtsvorm; en stichting Accuraat leverde jarenlang onjuiste jaarrekeningen in terwijl inspecties signalen van ondermaatse zorg rapporteerden.
Casusmateriaal illustreert de menselijke en financiële gevolgen. Jeugdbeschermers die anoniem spreken vertellen over kinderen die in half ingerichte huizen worden geplaatst, begeleid door onervaren zzp’ers, en over jongeren die vaak verhuizen tussen instellingen. Een voorbeeld: Tara, seksueel uitgebuite jongere, woonde in 2,5 jaar tijd in tien verschillende voorzieningen; voor één korte plaatsing betaalde de gemeente Amsterdam ruim €21.000. Beschermers beschrijven situaties van geweld, slecht getraind personeel en zelfs onthouding van basisvoorzieningen als water. Tegelijkertijd erkennen zij dat gemeenten soms gedwongen zijn deze ‘maatwerkaanbieders’ te gebruiken omdat gecontracteerde instellingen vol zitten of moeilijke doelgroepen weigeren.
Financiële misstanden en criminele infiltratie vormen een tweede zorglaag. Onderzoeken tonen betalingen van zorgorganisaties aan gelieerde bedrijven en sportclubs zonder aantoonbare tegenprestatie. Bij Forniamo bleek zeker €800.000 naar bedrijven rond de bestuurder te zijn gegaan; de bestuurder werd later in staat van beschuldiging gesteld en uit zijn functie ontheven. Bij Boomerang Zorg bleek geld naar een voetbalclub te zijn overgemaakt terwijl er geen bewijs van dagbesteding was. De Financial Intelligence Unit (FIU) signaleert dat zware criminelen deelnemen aan de sector: transacties die wijzen op witwassen of het gebruik van zorgondernemingen als dekmantel komen voor, en er zijn meldingen dat personen in de jeugdzorg worden gebruikt om drugs te ronselen of te verhandelen. De FIU noemt ook extreem hoge declaraties per jongere — voorbeelden van €60.000 per maand worden gemeld.
Waarom dit kan gebeuren heeft meerdere oorzaken: de grote schaarste aan geschikte plaatsen, gemeenten die onder druk zijn om snel opvang te regelen, de bereidheid om via ‘maatwerkovereenkomsten’ hoge tarieven te financieren, en fragiele handhaving van administratieve en financiële regels. Sommige ondernemers profiteren puur financieel van de situatie; anderen bieden wel degelijk hulp, maar het systeem belooft te weinig duurzame oplossingen: begeleid wonen wordt soms een vorm van symptoombestrijding zonder aandacht voor de thuissituatie of structurele gezinszorg.
De huidige situatie vraagt om betere sturing: heldere verantwoordelijkheidstoewijzing tussen toezichthouders, striktere financiële controle (snellere en betere toetsing van jaarrekeningen en transacties), strengere selectie en certificering van aanbieders, en meer capaciteit binnen gespecialiseerde instellingen zodat gemeenten niet uit pure noodzaak in zee gaan met onbetrouwbare partijen. Zonder die ingrepen blijft er een risico dat publieke middelen wegvloeien en kwetsbare jongeren onveilige, inconsistente opvang krijgen — met ernstige maatschappelijke en financiële consequenties.