Zwembad vullen met drinkwater? Daar zou je extra voor moeten betalen

donderdag, 30 april 2026 (00:02) - RTL Nieuws

In dit artikel:

Jan Jacob van Dijk, voorzitter van de Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli), stelt dat excessief waterverbruik duurder moet worden gemaakt om zowel verspilling tegen te gaan als de stijgende kosten eerlijk te verdelen. Het Rli pleit voor een staffel‑tarief: boven een bepaalde grens betaalt je per liter een hoger tarief, vergelijkbaar met schijven in de inkomstenbelasting.

Als mogelijke grens noemt Van Dijk 40.000 liter per persoon per jaar. Die grens sluit aan bij het overheidsstreven van ongeveer 110 liter per dag; Nederlanders gebruiken nu gemiddeld zo’n 128 liter per dag (ruim 46.700 liter/jaar). Ter vergelijking verbruiken Vlamingen gemiddeld 85 liter en Denen circa 105 liter per dag. Om dat doel te halen zou het verbruik met zo’n 6.000 liter per persoon per jaar moeten dalen.

Technische oplossingen zoals regenwater gebruiken voor toiletten kunnen helpen, maar zijn volgens het advies ingewikkeld en kostbaar omdat aparte leidingsystemen en veiligheidsmaatregelen nodig zijn. Daarom is een prijsprikkel waarschijnlijk effectiever. Drinkwater is relatief goedkoop: een gemiddeld huishouden betaalt circa €170 per jaar, en een kubieke meter kostte in 2025 gemiddeld €2,61. Met zulke prijzen is het vullen van privé‑zwembaden vaak nog goedkoper dan een dagje naar het buitenbad; zelfs een verdubbeling van het tarief zou het vullen van een opblaasbad meestal niet heel duurder maken.

Het Rli waarschuwt verder dat de kwaliteit van zoetwater verslechtert door stoffen als PFAS, bestrijdingsmiddelen en industrieel afval, wat de kosten voor zuivering opdrijft. Extra inkomsten van hogere tarieven zouden in het beste geval deze stijgende zuiveringskosten kunnen opvangen, maar zijn onvoldoende om ook infrastructuurverbeteringen en klimaatadaptatie te financieren. Daarom vindt het Rli dat de rijksoverheid regie moet nemen en structureel moet investeren — bijvoorbeeld vanuit het Deltafonds, een pot van €29 miljard om tot 2050 te investeren in bescherming tegen watergerelateerde klimaatgevolgen en voldoende zoetwater.

Kortom: het Rli adviseert een combinatie van prijsprikkels, technische maatregelen en landelijke sturing en financiering om watergebruik te beteugelen, de waterkwaliteit veilig te stellen en een rechtvaardige verdeling van de kosten te bereiken.