„AI-gebruik refojongere roept om actie"
In dit artikel:
Onderzoek van Denise de Waal (masteronderwijs en innovatie, VU), begeleid door lector Piet Murre (Driestar Educatief) en Carla van Hengel (Salure Academy, Gouda), brengt voor het eerst cijfers over AI-gebruik onder reformatorische jongeren. De vragenlijst werd uitgezet bij reformatorische basisscholen, voortgezet onderwijs, Driestar Hogeschool, reformatorische studentenverenigingen en studenten van de Theologische Universiteit Apeldoorn.
Belangrijkste bevindingen: refojongeren gebruiken veel AI, maar stellen relatief weinig geloofsvragen aan die systemen — het veelgehoorde beeld dat jongeren massaal religieuze existentiële vragen aan AI voorleggen blijkt niet te kloppen. Wel is er een omgekeerde kenniskloof: jongeren begrijpen en hanteren AI vaak beter dan hun ouders en leraren, terwijl veel leerlingen het gebruik beperkt houden tot eenvoudige toepassingen. Basisschoolleerlingen zijn het minst kritisch: ongeveer 40 procent neemt AI-antwoorden klakkeloos aan. Naarmate jongeren ouder worden, neemt het gebruik toe en lijkt het gedrag niet af te wijken van het landelijke gemiddelde.
Onderzoekers en begeleiders benadrukken risico’s én kansen. De zorgen richten zich op de vaak progressieve waarden die in AI-modellen zijn ingebakken en op het onkritisch overnemen van output; ongeveer één op de vijf jongeren vergelijkt AI-antwoorden met eigen geloofswaarden. Tegelijk bieden AI-tools leerwinst, bijvoorbeeld door gepersonaliseerde uitleg, ezelsbruggetjes of alternatieve vormen van verwerking voor leerlingen met leerproblemen — maar zulke hulpmiddelen (zoals NotebookLM) zijn nog weinig bekend binnen de doelgroep, wat kansengelijkheid in het onderwijs kan vergroten.
Praktische aanbevelingen die uit het onderzoek volgen:
- Ouders moeten thuis het gesprek voeren over AI: niet om alles te weten, maar om kinderen te helpen waarden en context te verbinden aan digitale antwoorden. Van Hengel adviseert praktische vragen bij prompts: is het passend, houd ik regie, en past het bij mijn levensbeschouwing.
- Leraren moeten AI-sensitief worden: wekelijkse bijscholing via podcasts of nieuwsbrieven, herontwerpen van opdrachten zodat leerlingen niet leren uitbesteden, en uitwisseling binnen teams (bijv. een WhatsApp-groep). Scholen moeten tijd en middelen vrijmaken voor experimenten (een betaald account, ouderavonden, pilots).
- Verbieden van AI is volgens Murre geen optie en ongeschikt als voorbereiding op een maatschappij vol AI; scholen hebben de plicht leerlingen te leren omgaan met de technologie.
Van Hengel onderscheidt een brede driecirkel-aanpak: buitenste laag met geopolitieke en technologische gevolgen waar scholen weinig invloed op hebben, en de binnenste laag waar opvoeders wél het gesprek en de vorming kunnen voeren. Conclusie: binnen de reformatorische wereld is AI al aanwezig en vraagt vooral om actieve begeleiding vanuit gezin en school, kritisch perspectief op normen en waarden, en praktisch leiderschap om kansen te benutten en risico’s te beperken.