Drie weken na invasie VS in Venezuela: 'Vlees is al een stuk goedkoper geworden'
In dit artikel:
Ruim drie weken nadat de Verenigde Staten Venezuela binnenvielen en president Nicolás Maduro en zijn echtgenote met geweld meenamen, verandert het dagelijkse leven in Caracas voorzichtig van toon. Ondernemer Mercedes Hernández heeft haar kiosk in het centrum opnieuw geopend: de straten voelen volgens haar veiliger, klanten keren terug en het verkeer rijdt weer druk voorbij. De zware militaire aanwezigheid en zichtbaar actieve colectivos die de eerste dagen domineerden, zijn nagenoeg verdwenen, al hangen langs hoofdwegen nog steeds grote posters van Maduro en zijn vrouw — die in werkelijkheid in een Amerikaanse cel zitten en in maart voor de rechter moeten verschijnen.
Politiek is de machtsstructuur grotendeels intact, maar de facto leiding ligt nu bij Maduro’s voormalige vicepresident Delcy Rodríguez. Zij krijgt sterke druk van de VS en moet een delicaat evenwicht bewaren tussen het dienen van Amerikaanse belangen en het behouden van steun binnen regering en leger. Toen Rodríguez recent afstand nam van Amerikaanse inmenging, reageerden Washington en haar tegenstanders met waarschuwingen; tegelijkertijd heeft de VS belang bij stabiliteit om chaos en een mogelijke opsplitsing van gewapende groepen, vooral langs de grens met Colombia, te voorkomen — mede omdat oliecontrole een strategisch doel is.
Economisch is er enige verlichting merkbaar: de VS verkochten grote hoeveelheden Venezolaanse olie en een deel van die inkomsten stroomde terug naar de binnenlandse markt, wat prijzen, zoals die van vlees, deed dalen. Vrijheid blijft echter beperkt. Rodríguez beloofde onder Amerikaanse druk honderden politieke gevangenen vrij te laten, maar volgens mensenrechtenorganisaties zoals Fora Penal zitten nog meer dan achthonderd mensen vast; naar schatting zijn tot nu toe zo’n honderd vrijgelaten. Families blijven dagelijks bij gevangenissen in Caracas wachten.