Drie operaties, eenzaamheid en financiële hobbels: de opgebroken route van Lars van Oostrum (23) naar de Zomerspelen. 'Judo is keihard'

vrijdag, 13 maart 2026 (11:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Lars van Oostrum (23) uit Wildervank/Veendam is vastbesloten om de olympische droom voor Los Angeles 2028 levend te houden, maar zijn weg is bezaaid met tegenslagen: een zware knieblessure, drie operaties, lange revalidatie en financiële zorgen. In november 2024 liep hij tijdens zijn eerste partij op het EK onder 23 een afgescheurde knieband op; hij wist die dag toch brons te behalen, maar later bleek dat een fout plaatsing van een schroef een tweede ingreep noodzakelijk maakte en dat er ook kraakbeenschade ontstond. In totaal stond hij veertien maanden aan de kant.

Vorige maand maakte Van Oostrum zijn rentree op het European Open in Ljubljana en eindigde als zevende. Dat resultaat geeft hoop, maar hij erkent zelf dat hij nog zoekende is naar wedstrijdritme en vorm ten opzichte van de internationale concurrentie. Om de mentale tol van het blessure‑ en onzekerheidsproces te verwerken werkt hij met coach Sirach Kooiman en volgt hij gesprekken met een psycholoog op Papendal; die begeleiding helpt hem relativeren en omgaan met frustratie.

Naast fysieke en mentale herstelvragen speelt de onzekere positie binnen de nationale selectie mee. Na de teleurstellende Olympische Spelen in Parijs (geen judomedailles) voerde de bond rigoureuze veranderingen door in staf en selectie, waardoor de concurrentie om vaste plekken op Papendal is toegenomen. Vader Peter (58) benadrukt dat de bond ‘keihard’ is en dat Lars zich moet blijven bewijzen.

Ook de financiën vormen een hardnekkige hobbel. Door bezuinigingen verlangt Judo Bond Nederland hogere eigen bijdragen van topsporters, terwijl de vaste lasten voor Lars hoog blijven: 300 euro maandelijkse toelage van NOCNSF (waarvan de helft direct naar de bond gaat), 450 euro huur voor zijn kamer op Papendal, circa 200 euro aan maaltijden en hoge kosten voor buitenlandse trainingsstages en toernooien. Peter startte een oproep op LinkedIn om steun te vinden; die post werd veelvuldig bekeken, maar bracht nog geen concrete hulp. Peter zegt openlijk dat het “gênant” is om om geld te vragen, maar hij wil zijn zoon ondersteunen zolang dat nodig is — ook al hoopt hij dat Lars uiteindelijk financieel onafhankelijk wordt.

Positieve noot: Lars heeft een bachelor econometrie en vond een parttime werkervaringsplek bij NOCNSF, waar hij zijn masterscriptie gaat schrijven over het effect van wedstrijdritme op judoresultaten. Dat biedt niet alleen inkomen, maar ook inhoudelijke aansluiting bij zijn sportieve ontwikkeling.

Lars houdt vast aan zijn Olympische ambitie maar is realistischer geworden. Hij beseft dat hij technisch en fysiek nog stappen moet maken en dat deelname aan Parijs’ opvolger in 2028 alleen haalbaar is met succesvolle toernooien, herstel van wedstrijdritme en meer financiële stabiliteit. Zoals zijn vader zegt: “Zonder gekke ouders red je het niet.”