Drie lokale partijen willen doorbreken in Amsterdam: kunnen zij op tegen de gevestigde orde?

vrijdag, 20 februari 2026 (09:31) - Het Parool

In dit artikel:

Amsterdam is al decennialang een uitzondering in Nederland: lokale partijen weten er zelden langdurig voet aan de grond te krijgen, terwijl ze landelijk goed zijn voor ongeveer 36 procent van de raadszetels en in andere grote steden (Den Haag, Rotterdam, Utrecht) vaak sterk vertegenwoordigd zijn. Historisch hoogtepunt was de Kabouterpartij van Roel van Duijn in 1970, die één periode vijf zetels haalde, maar sindsdien kon geen lokale formatie blijvend doorbreken. Met de gemeenteraadsverkiezingen komende maart proberen opnieuw meerdere Amsterdammers een plek in de Stopera te veroveren.

Drie nieuwe of vernieuwde lokale initiatieven springen eruit. De Stem van Amsterdam, geleid door buurtactivist Patrick van Bronswijk, wil vooral niet-stemmers bereiken en de kloof tussen bestuur en inwoners dichten door intensief contact en directe inzet op buurtproblemen. Van Bronswijk profileert zich buiten de gebruikelijke links-rechts-as: hij pleit voor meer stadsnatuur, strengere handhaving op straat en minder regels van het stadhuis.

Hart voor Amsterdam is de nieuwe naam van de Partij van de Ouderen en wordt opnieuw geleid door de 89-jarige Wil van Soest, die al van 2014 tot 2022 in de raad zat. Haar prioriteit blijft het versterken van de positie van ouderen: meer toegankelijke ouderenwoningen met nabijheid van zorg, snelle opsporing van kwetsbare mensen die lange tijd onopgemerkt kunnen blijven en het bevorderen van gemengde woonvormen waarin jong en oud samenleven. Van Soest dringt ook aan op meer samenwerking tussen lokale initiatieven in plaats van concurrentie.

Namens Amsterdammers, met voormalig VVD-Statenlid Grethe van Geffen als lijsttrekker, trok het afgelopen jaar langs zo’n veertig buurten om concrete knelpunten te inventariseren. Haar partij zet in op praktische oplossingen—minder bestuurlijke hoogdravendheid vanuit de Stopera en meer aandacht voor uitvoerbare maatregelen zoals betere stoepen, efficiëntere vuilophaalroutes en het wegnemen van ondernemersknelpunten door regels te vereenvoudigen. Van Geffen mikt ondanks de lastige verdeling van stemmen op meerdere zetels en positioneert zich expliciet tegen zowel gevestigde linkse partijen als haar voormalige partij VVD.

Alle drie spelen in op dezelfde frustratie: inwoners voelen zich te vaak gepasseerd door het stadsbestuur. Of een versnipperd lokaal aanbod in Amsterdam genoeg kan opleveren om één of meer raadszetels te winnen, blijft onzeker, maar de nieuwe initiatieven laten zien dat er in de stad politieke opportuniteit en onvrede broeit—met nadruk op directe buurtbetrokkenheid, praktische aanpak en meer aandacht voor specifieke groepen zoals ouderen.