Drie Caribische hartschelpen nieuw voor de wetenschap, ook voorkomend op de ABC-eilanden
In dit artikel:
Jan Johan ter Poorten, Nederlandse specialist in hartschelpen (familie Cardiidae), ontdekte in materiaal uit het Caribisch gebied drie soorten die nog niet eerder voor de wetenschap waren beschreven. Het onderzoek betrof collecties van het Muséum national d'Histoire naturelle (Parijs), verzameld tijdens vier expedities zo’n 10–15 jaar geleden rond onder meer Martinique, Guadeloupe en Frans-Guyana. De resultaten met de drie nieuwe soorten zijn recent gepubliceerd; de beschreven Latijnse namen zijn Laevicardium caribbaeum, Laevicardium solidum en Laevicardium globotriangulare.
Hartschelpen bestaan uit ongeveer 300 soorten wereldwijd. Veel mensen kennen de ribbelige kokkelachtige vormen, maar er is ook een groep veel gladder uitziende soorten (in het Engels vaak “egg cockles”), waartoe de drie nieuwe Caribische soorten behoren. Omdat ze klein en relatief glad zijn, werden ze lange tijd over het hoofd gezien of verward met jonge exemplaren van andere soorten.
Ter Poorten bestudeerde maandenlang circa 3.400 schelpen uit ongeveer 850 stations (dieptes 0–600 m), waarbij microscopen en aanvullende DNA-gegevens cruciaal waren om verschillen in microsculptuur, dikte en vorm vast te stellen. Voor de derde soort gebruikte hij aanvullend materiaal uit het Senckenberg Museum (Frankfurt) en uit de Naturalis-collectie (Leiden). Die collecties bevatten al decennialang exemplaren die op Curaçao, Aruba en andere Caribische plekken waren verzameld; zo bleek dat de nieuwe soorten al in Nederlandse collecties aanwezig waren zonder dat ze eerder herkend waren.
De gevonden verspreiding omvat onderdelen van de ABC-eilanden en Caribisch Nederland: Laevicardium caribbaeum (Caribische hartschelp) en Laevicardium solidum (Stevige hartschelp) zijn aangetroffen op Curaçao en Aruba; de Stevige hartschelp komt ook voor op Sint Eustatius en Saba. Laevicardium globotriangulare (Gezwollen hartschelp) is in elk geval op Curaçao gevonden. De dieren leven ondiep ingegraven in het sediment, met korte in- en uitstroombuizen boven het oppervlak, en zijn niet zeldzaam — ze zijn alleen moeilijk te onderscheiden zonder gedetailleerd onderzoek.
De vondst illustreert twee grotere punten: het belang van museumcollecties en gedetailleerde taxonomische studie, en dat veel biodiversiteit verborgen kan zitten in kleine, gladde of weinig opvallende soorten. Ter Poorten, auteur van een omvangrijk handboek over hartschelpen (600 pagina’s, 2024), zal de nieuw beschreven soorten in een toekomstige update van dat werk opnemen. Zijn ervaring onderstreept dat nauwkeurig kijken vaak nieuwe ontdekkingen oplevert, ook in goed bestudekte streekfauna’s.