Dramaturg over opera: 'Die Passagierin confronteert ons met de banaliteit van het kwaad'
In dit artikel:
De Nationale Opera brengt voor het eerst in Nederland Mieczysław Weinbergs opera Die Passagierin, een indringend werk uit 1968 over schuld en kwaad, gebaseerd op de getuigenis van de Poolse overlevende en schrijfster Zofia Posmysz. Centraal staat voormalig kampbewaakster Lisa, die samen met haar man per schip terugkeert naar Europa vanuit Brazilië en aan boord een vrouw herkent die mogelijk een voormalige gevangene is die zij slecht heeft behandeld — Marta. Het verhaal onderzoekt hoe verantwoordelijkheid en schuld blijven wegen, en wat het betekent om met je daden te leven.
Dramaturg Laura Roling wijst erop dat Weinberg, zelf als Jood naar de Sovjet-Unie gevlucht en later geconfronteerd met antisemitisme, deze thema’s muzikaal vertaalt door het gebruik van citaten en stijlen met een constante duistere lading. De partituur biedt sterke vocale tegenstellingen en toont een componist die grip heeft op dramatisch effect.
Regisseur Tobias Kratzer kiest bewust voor een niet-litterale weergave van Auschwitz; hij schakelt tussen momenten (onder meer 1944 en 1960) en laat ook hedendaagse figuren op het schip zien, plus een zeer oude Lisa die de as van haar man bij zich draagt. Volgens Roling confronteert de opera de toeschouwer met de banaliteit van het kwaad: niet moraliserend, maar onthullend. Voorstellingen: 17 april–2 mei bij Nationale Opera & Ballet; op 1 april is er in Studio Boekman een contextprogramma om 19.30 uur.