Draagvlak AOW-plan zoeken en fors bezuinigen: deze ministers moeten aan de bak
In dit artikel:
Het nieuwe kabinet-Jetten, dat maandag aantrad, is het eerste echte minderheidskabinet in Nederland en start met een stapel urgente dossiers na jaren van stilstand. De coalitie belooft doorbraken te realiseren in het stikstofbeleid en op de woningmarkt, maar heeft geen Kamermeerderheid en zal dus steeds steun buiten de coalitie moeten zoeken.
Als minister van Landbouw krijgt Jaimi van Essen (D66), tot voor kort wethouder in Deventer, de zware taak de stikstofuitstoot flink terug te dringen en tegelijk het vertrouwen van boeren terug te winnen. Eerdere pogingen onder het kabinet-Schoof en in verschillende coalities strandden door tegenstrijdige belangen; boeren kijken het nieuwe kabinet dan ook wantrouwend aan. Dat wantrouwen wordt versterkt doordat D66 in het verleden pleitte voor een forse halvering van de veestapel. Van Essen probeert zich te profileren als begripvolle gesprekspartner met wortels in het platteland, maar zal onvermijdelijk pijnlijke maatregelen moeten doorvoeren die op den duur tot minder vee kunnen leiden.
Sophie Hermans (VVD) wordt beoogd minister van Volksgezondheid en staat voor een politieke puzzel: de coalitie wil bijna 10 miljard euro op de zorg bezuinigen. Investeringen vinden vaker steun, bezuinigingen niet; Hermans zal in beide Kamers een meerderheid moeten vinden voor haar begrotingen. Haar ervaring als strategisch politica en voormalig politiek assistent van Mark Rutte kan helpen bij het benodigde onderhandelingswerk.
Een ander gevoelig dossier is het voorstel van D66, VVD en CDA om de AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller te laten stijgen, waarmee zo’n 2,7 miljard euro moet worden bespaard. Het plan stuit op felle weerstand in oppositie en bij vakbonden vanwege afspraken uit het pensioenakkoord van 2019. Hans Vijlbrief (Sociale Zaken) wordt verantwoordelijk voor deze kwestie, die de komende jaren veel politieke aandacht en debat (komende woensdag en donderdag) zal trekken.
Kortom: kabinet-Jetten begint zonder meerderheid en met moeilijke keuzes in landbouw, zorg en pensioenen; het vermogen om coalities te smeden buiten de eigen partijen wordt nu het cruciale barometer voor succes.