Dr. Olaf Müller (Münster): Ouders van beslissend belang voor doorgeven christelijk geloof
In dit artikel:
Een recente internationale studie onder leiding van de Universiteit Münster (Olaf Müller e.a.), uitgevoerd door 21 onderzoekers met steun van de John Templeton Foundation en gebundeld in het Engelstalige boek Families and Religion. Dynamics of Transmission across Generations, laat zien dat gezinnen de doorslaggevende factor zijn bij het doorgeven van het christelijk geloof aan jongeren. Zowel religieuze als niet-religieuze gezinnen werden kwantitatief en kwalitatief onderzocht.
De onderzoekers signaleren een brede teruggang van traditionele, kerkgebonden religiositeit in West-Europa. Belangrijke oorzaken zijn gestegen welvaart, individualisering en het verdringen van religie uit economie, politiek en recht; cultureel verschuift men van autoritaire normen naar zelfverwezenlijking. Elke generatie is gemiddeld minder religieus, waardoor secularisatie zichzelf kan versterken als ouders zelf weinig religieus zijn.
In gezinnen bepaalt de dagelijkse praktijk of kinderen religie ervaren: gesprekken over geloof, samen bidden of kerkgang spelen een grote rol. Confessioneel homogene huishoudens blijken het meest effectief in overdracht: bij moslims wordt geloof in ongeveer 84% doorgegeven, bij katholieken 82%. Gemengde religieuze partners leiden tot lagere overdracht (ongeveer 66% bij gemengd protestants-katholiek) en bij één gelovige plus één niet-gelovige ouder stijgt de kans dat een kind later geen kerkelijke binding heeft (bij protestant-niet-gelovig is dat zo’n 58%). Traditioneel had de moeder een hoofdrol in religieuze opvoeding; veranderende arbeidsdeelname van vrouwen maakt overdracht moeilijker, tenzij vader en grootouders actief meedoen.
Landspecifieke patronen blijven zichtbaar: Zuid- en Noord-Europa (katholiek versus protestants) en het diepe Oost-Westverschil in Duitsland tonen uiteenlopende paden naar secularisering. Ook in landen met staatssteun voor religie, zoals Hongarije, is geen automatische revival na het communisme gevonden. Waarden als naastenliefde en tolerantie worden wél vaak doorgegeven, maar meestal los van een expliciet religieuze grondslag. Voor kerken en beleid betekent dit dat familiale praktijk en religieuze homogeniteit cruciaal blijven voor levenslange binding.