Dr. Kees van Ekris reist door Israël en Palestijnse gebieden: In kibboets Be'eri voelde ik de beklemming van de dood

zaterdag, 24 januari 2026 (13:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Dr. Kees van Ekris, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), maakte in januari een twaalfdaagse reis door wat binnen de PKN steeds als “Israël en Palestina” wordt aangeduid. Doel was om de geestelijke band met zowel Joodse als Palestijnse kerken te verdiepen, direct te horen waar de angsten en noden zitten en van betrokken organisaties te leren. Hij reisde onder anderen met predikant Jacco Overeem en vertegenwoordigers van Kerk in Actie en het Centrum voor Israël Studies.

Tijdens bezoeken aan onder meer Hebron, kibboets Be’eri (het door Hamas belaagde dorp van 7 oktober 2023), Tel Aviv, Bethlehem en de Tent of Nations maakte Van Ekris de omvang van het wederzijdse trauma zichtbaar. In Hebron ervoer hij hoe een Palestijnse kerkleider door een Israëlische beveiliger werd vernederd, en getuigde hij van de waardigheid en vergevingsgezindheid van die kerkleider, die zijn kracht put uit het geloof in de opstanding. In Be’eri werd de nasleep van 7 oktober tastbaar: uitgebrande huizen en portretten van vermoorde buren herinneren aan een diepe collectieve wond. In Tel Aviv hing rouw zichtbaar in stationshallen met foto’s van jonge slachtoffers.

Van Ekris sprak ook met Palestijnse maatschappelijke leiders, zoals Rana Zeidan van een Lutherse diaconale instelling in Bethlehem, die de schrijnende sociaal-economische situatie schetste: scholen die niet functioneren, hoge werkloosheid en voortdurende vrees voor arrestaties. Dit alles draagt bij aan emigratie van christenen; Zeidan noemde tientallen gezinnen die vertrokken zijn, waardoor de lokale kerkgemeenschap verzwakt. Bij de Tent of Nations ontmoette Van Ekris boer Daoud Nassar, wiens familie al generaties op hun grond woont maar systematische druk en landverlies ervaart. Zulke ontmoetingen maakten voor hem duidelijk dat landinname en structureel onrecht ook een kerkelijke reactie vergen.

De reis bood Van Ekris ook gelegenheid om controversiële partners zoals Sabeel en Tent of Nations van dichtbij te leren kennen. Zijn conclusie: persoonlijke ontmoeting verruimt begrip en maakt het mogelijk theologische en politieke discussies te voeren vanuit een relatie en empathie, in plaats van alleen op afstand te oordelen. Hij benadrukt het belang van zelfkritiek: enerzijds het blijvende besef van de Holocaust en de noodzaak antisemitisme te bestrijden, anderzijds het onder ogen zien van Palestijns lijden dat in het publieke en kerkelijke debat te weinig werd erkend.

Een ander belangrijk thema is het vinden van moedige “brave spaces” waar uiteenlopende partijen — Joods, Palestijns, christelijk, moslim — elkaar durven aanspreken en tegenspraak verdragen. Van Ekris noemt als voorbeeld het Rossing Center in Jeruzalem, waar een gemengd directieteam na spanningen toch weer met elkaar in gesprek kwam en misverstanden kon uitklaren. Als scriba wil hij de PKN inzetten op wegen van vrede, zonder te verzanden in cynisme: woede tegen onrecht moet samengaan met moed en geloof om hoop te bewaren.

Kortom: de reis scherpte bij Van Ekris het beeld dat beide samenlevingen diep getraumatiseerd zijn, maar ook dat er mensen en initiatieven bestaan die ondanks pijn en dreiging zoeken naar verbondenheid en gerechtigheid — iets waar de Nederlandse kerk volgens hem getuige van moet zijn en van kan leren.