Dr. Kater tijdens doopsymposium: Wim, wat heb jij toch tegen dat nieuwe hart?

vrijdag, 30 januari 2026 (09:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

In Apeldoorn bespraken predikanten uit verschillende hoeken van de gereformeerde gezindte recent het nieuwe boek van prof. dr. W. (Wim) Van Vlastuin, rector van het Hersteld Hervormd Seminarium: In Christus gedoopt (uitgeverij De Banier, oktober). De bijeenkomst in de Hersteld Hervormde Kerk aan de Jachtlaan — georganiseerd en geleid door ds. T.A. Bakker — trok een volle kerkzaal en werd ook online gevolgd (YouTube‑opname). Doel was om breed en open te reageren op Van Vlastuins lezing van de doop in de gereformeerde traditie.

Prof. dr. M.J. Kater (TUA) opende met lof: hij vond het boek theologisch stevig en vergeleek de toon met Augustinus, vooral in de nadruk op de schuldige mens en de rechtvaardigende God. Tegelijk maakte Kater bezwaar tegen hoe Van Vlastuin het spreken over het „nieuw hart” adresseert — hij waarschuwde dat terughoudendheid daarbij niet mag verdringen dat God de belofte van wedergeboorte geeft. Van Vlastuin antwoordde dat hij juist waakt voor formuleringen die het beroep op God mechaniseren, zonder de realiteit en noodzaak van de nieuwe geboorte te ontkennen.

Prof. dr. H. van den Belt (VU/TUA) leverde een kritische nuancering over zonde en toepassing: het onderscheid tussen alledaagse struikelingen en uitzonderlijke openbare zonden moet scherp blijven bij oordelen over iemands status voor de gemeente. Van Vlastuin hield eraan dat Gods genade ook bij grote zonden niet ophoudt.

Andere sprekers legden het accent op de vraag of gedoopte kinderen als daadwerkelijk „kinderen van God” moeten worden gepresenteerd. Ds. P. den Ouden verwees historisch naar Calvijns ambivalentie: in sommige geschriften lijkt Calvijn de doop als toekenning van wat alleen God verleent, elders nuanceert hij dat alleen de uitverkorenen Gods kracht ervaren. Ds. W. Visscher (gereformeerde gemeente Amersfoort) miste in Van Vlastuins betoog de nadruk op het onderscheid tussen bekeerde en onbekeerde leden in de kerk — de klassieke notie van „koren en kaf” en de noodzaak van wedergeboorte.

Van Vlastuin verduidelijkte dat hij de doop niet wil objectiveren; voor hem blijft het een persoonlijke verbondenheid met God en erkent hij de realiteit van zowel levende als dode leden in het lichaam van Christus. Hij riep op tot een waardig, openbaar gesprek over verschillende doopvisies. Het boek kreeg daarnaast al online kritiek (onder meer een blog van dr. P. de Vries), maar Van Vlastuin wil die polemiek liever in respectvolle, publieke uitwisseling behandelen.

Kortom: het symposium toonde dat de doop binnen de gereformeerde traditie nog altijd scherp discussiepunt is — theologische nuance, hermeneutiek van Calvijn en de praktische consequenties voor gemeenten en kinderen van het verbond stonden centraal.