Dr. De Waard: Dat Henoch eerst in zonde leefde, valt niet echt uit tekst af te leiden
In dit artikel:
Op de jaarlijkse TUA-dag aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, die vrijdag plaatsvond en door zo’n 130 belangstellenden werd bezocht, stond het thema “Wandelen met God” centraal. Drie sprekers belichtten het begrip vanuit bijbelse exegese, kerkgeschiedenis en muziektheologie, gevolgd door thematische workshops in de avond.
Oudtestamenticus dr. H. de Waard benadrukte dat de uitdrukking “wandelen met God” in het Oude Testament slechts tweemaal letterlijk voorkomt (bij Henoch in Genesis 5:24 en bij Noach in Genesis 6:9). Hij weerlegde de veronderstelling dat Henoch pas na zijn 65ste, na de geboorte van een zoon, met God zou zijn gaan wandelen; de tekst kan even goed aangeven dat die omgang de essentie van zijn hele leven samenvat. De Waard legde uit dat het Hebreeuwse begrip van “wandelen” duidt op een langdurige, vertrouwelijke omgang — een samen oplopen zonder specifiek doel — en dat wat het concreet inhield grotendeels in nevelen blijft gehuld. Het feit dat “God hem wegnam” interpreteerde hij als een bijzondere wijze van levenseinde waarbij God de verbondenheid met Henoch handhaafde, mogelijk vergelijkbaar met de traditie rond Elia.
Prof. dr. H.J. Selderhuis plaatste het thema in historisch-theologisch perspectief met de nadruk op Maarten Luther. De ontdekking dat elke gelovige rechtstreeks voor God staat (coram Deo) veranderde volgens hem niet alleen kerkelijk denken maar ook sociale verhoudingen: het stimuleerde persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel, roeping en brede maatschappelijke betrokkenheid. Selderhuis noemde de invloed van dit uitgangspunt op latere figuren en bewegingen en verwees onder meer naar Dietrich Bonhoeffer en Martin Luther King als voorbeelden van theologisch geïnspireerd handelen.
Prof. dr. A.A. Clement legde de verbinding tussen spiritualiteit en muziek, door te tonen hoe Johann Sebastian Bach beïnvloed werd door spirituele theologen als Johann Saubert en Johann Arndt, die mystieke eenwording met Christus benadrukten. Aan de hand van twee cantates (BWV 105 en BWV 31) lichtte hij toe hoe Bach textuele betekenislagen muzikaal uitbeeldde — bijvoorbeeld door gebeden vaak door een sopraan te laten zingen en meer grondliggende tekst door een bas.
De dag werd afgesloten met workshops over praktische en liturgische kanten van “wandelen met God”, verzorgd door prof. dr. C.C. den Hertog, prof. dr. M.J. Kater, dr. J. van der Knijff en prof. dr. A. van den Os. De bijeenkomst combineerde bijbelse exegese, historische reflectie en cultuurtheologische aandacht voor hoe het gezag en de praktijk van “wandelen met God” zich door de eeuwen hebben gemanifesteerd.