Dr. Arjan Nobel: Bekijk Afscheiding ook door politieke bril

woensdag, 14 januari 2026 (22:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Dr. Arjan Nobel presenteerde woensdagmiddag tijdens een minisymposium van het HDC Centre for Religious History in het VU-gebouw in Amsterdam over negentiende-eeuwse verzoekschriften van de zogenaamde afgescheidenen — een bijproduct van zijn aanstaande onderzoek voor het project “Religie, democratie en demagogie, 1797–1878”, dat prof. Fred van Lieburg met subsidie van het Fonds Staatsman Thorbecke opzet. Vanaf 2024 werkt Nobel als Thorbecke-postdoc aan het project, waarin grote religieuze petities centraal staan.

Nobel belichtte vooral rekesten uit de periode van de Afscheiding (1834), toen groepen zich afscheurden van de Nederlandse Hervormde Kerk. Waar die breuk vaak louter religieus werd verklaard — zoals zichtbaar bij de herdenking van 1884 — pleitten latere historici, onder wie Carel Gerretson, voor aandacht voor sociale en politieke motieven: verzet tegen kerkelijke centralisatie, behoud van lokale verbanden en een streven naar onafhankelijkheid.

De rekesten die Nobel onderzocht dateren grotendeels van 1836, toen het mogelijk werd de koning te verzoeken om vorming van een afgescheiden gemeente. Aanvragen bestonden uit een motivatie en een handtekeningenlijst — soms met ondertekeningen van kinderen — en waren vaak door predikanten geformuleerd. De indieners presenteerden zichzelf consequent als vredig, onderdeel van de afgescheiden gereformeerde gemeenten, loyaal aan het Oranjehuis en zelfvoorzienend in zorgtaken voor armen, omdat de staat daar niet op zat te wachten.

Reacties op die rekesten verschilden: burgemeesters stuurden ze meestal met terughoudendheid door en gingen uit van belang bij rust en orde; kerkelijke besturen daarentegen bestempelden aanvragers als oproerig of geestesziek en verdachten hen van onruststokersgedrag. Wereldlijke autoriteiten probeerden de indieners te framen als arm en weinig zelfredzaam, waarmee ze hun geschiktheid voor zelfstandige gemeenten in twijfel trokken.

Nobel concludeert dat deze verzoekschriften fungeren als een vroeg collectief identiteits- en burgerschapssignaal: ze zijn zowel religieus als politiek geladen en helpen begrijpen waarom lokale bestuurders en kerkvergaderingen in die jaren zo handelden. Het onderzoek benadrukt daarmee dat de Afscheiding beter begrepen kan worden als een mengsel van geloof, sociale positie en politieke verhoudingen.