Doortje (63) verhuisde naar Ede: 'Toen ik Amsterdam verliet, ging de helft van mij dood'

zaterdag, 13 juni 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

Doortje van Overbeek (63) verliet Amsterdam eind jaren tachtig met tranen in de verhuiswagen en de gedachte: “Ik kom nooit meer terug.” Samen met haar toen net getrouwde man, orthodontist Paul Kolodziej (68), trok ze uit de stad omdat Paul zich niet kon vestigen in Amsterdam — volgens gevestigde collega’s zat de markt ‘op slot’. Via een kaart en een passer bepaalden ze een straal van maximaal drie kwartier rijden en kwamen zo terecht in het Gelderse dorp Ede, waar ze snel een aantrekkelijk huis kochten en een praktijk begonnen.

De overgang van het bruisende Amsterdam naar het dorpse Ede bleek zwaarder dan verwacht. Doortje, een geboren en getogen Amsterdammer die haar jeugd in Buitenveldert doorbracht en liever in de stad verkeerde dan thuis, kwam in een omgeving terecht die haar vreemd en beklemmend aanvoelde: christelijk, gesloten en met strakke ongeschreven regels — zondagsrust, gescheiden sociale kringen en een rolpatroon waarin zij als ‘de vrouw van de orthodontist’ werd gezien. Kleine voorvallen — commentaar over het maaien van het gras op zondag, het apart zitten van mannen en vrouwen tijdens feestjes, en het worden herkend bij de slager — maakten het leven ongemakkelijk en onderstreepten haar buitenstaandergevoel.

Na ruim een jaar escaleerde haar heimwee in fysieke klachten: chronische pijn, gebrek aan energie en een sterk gewichtsverlies. Pas de huisarts doorzag de ernst: Doortje leed aan hevige heimwee en zou moeilijk kunnen aarden in Ede. Paul ontving het advies om te overwegen te vertrekken; kort daarna verkocht het stel hun huis. Voor Doortje was dat het liefste wat iemand ooit voor haar had gedaan, zegt ze terugkijkend.

Amsterdam bleef vanwege Pauls werk lastig, maar hij vond een baan bij een collega in Leiden en het gezin verhuisde naar Oegstgeest en later naar Wassenaar. In Wassenaar beleefden ze volgens Doortje tien ‘gouden jaren’: wonen vlak bij duinen en strand, goede scholen en financiële ruimte. Toch begon juist die welvaart te wringen toen hun kinderen ouder werden; het consumentisme en de statusverschillen in het dorp pasten niet bij de waarden van Doortje en Paul. Ze zagen dat hun kinderen relaties en verwachtingen meekregen die zij niet wilden cultiveren.

Daarom trokken ze naar het centrum van Leiden, een bruisende studentenstad waar Paul jarenlang werkte en duizenden patiënten behandelde. Ook hier voelde Paul zich ongemakkelijk door publieke herkenning — als introvert vond hij het vervelend om steeds als ‘de ortho’ herkend te worden — en Doortje bleef heimwee houden naar het Amsterdamse stadsleven. Ze ging nog wekelijks naar Amsterdam voor concerten en verlangde naar het gemak en de anonimiteit van fietsen door de stad.

De concrete terugkeer kwam nadat hun jongste dochter slaagde voor haar eindexamen: ze verkochten het monumentale Leidse herenhuis en trokken terug naar Amsterdam-Zuid, naar een ruime maar sobere jarenzestigflat in de Prinses Irenebuurt. Voor vrienden en familie leek die ruil vreemd — groots wonen in Leiden inruilen voor een minder opvallend Amsterdam-appartement — maar voor Doortje voelde het als thuiskomen. Ze kreeg lichamelijke verlichting, ervoer een emotionele ontlading en voelde zich eindelijk weer heel. Haar Amsterdamse accent keerde terug, ze fietst weer overal naartoe en durft weer flamboyante kleding te dragen zonder zich kleiner te maken.

In haar reflectie erkent Doortje dat ze zich lange tijd aanpaste aan haar omgeving: nettere gedragingen, saaier kleden, zichzelf kleiner maken om niet op te vallen — deels uit zorg over de status die bij het vak van haar man hoorde en uit angst de ‘gekke’ moeder op het schoolplein te zijn. “Toen ik Amsterdam verliet, ging de helft van mij dood,” zegt ze, en die helft kwam terug bij hun terugkeer. Financiële vrijheid hadden ze altijd gehad en dat waardeert ze, maar uiteindelijk woog de behoefte aan authenticiteit en stedelijke vrijheid zwaarder dan luxe woonomgevingen.

Het verhaal van Doortje en Paul laat zien hoe verhuizen niet alleen een logistieke keuze is, maar ook een ingrijpende identiteitskwestie. Voor hen betekende terugkeren naar Amsterdam een herstel van persoonlijkheid en welzijn, nadat aanpassing aan dorpsnormen en statuskwesties jarenlang hun leven kleurden.

BEKIJK OOK:

Het Oranje Café: Maurice Steijn: 'Ik kan me bijna niet voorstellen dat hij bondscoach van Oranje wordt'