Doorleefd klinken was altijd al de grootste troef van Lucinda Williams

woensdag, 18 maart 2026 (11:29) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Lucinda Williams (73) levert op haar zestiende studioalbum een bitterzoet, maatschappijkritisch werkstuk dat de dagelijkse worsteling van de Amerikaanse werkende klasse centraal zet. In het openingsnummer schetst ze een stel dat lange dagen draait, zich door onzekere economische tijden slaat en moeite heeft signalen van feit en fictie uit elkaar te houden — een beeld dat doet denken aan Tommy en Gina uit Bon Jovi’s Livin’ on a Prayer veertig jaar geleden.

Williams’ gezongen vertelling komt uit het zuiden van de Verenigde Staten; haar gehavende, loom-achter-de-muziek-aan klinkende stem geeft de verhalen extra gewicht. Muzikaal varieert ze tussen blues, soul en zelfs een vleugje reggae. Op het album werkt ze samen met soullegende Mavis Staples (86) en verwijst ze naar bluesmythes zoals Robert Johnson en diens legendarische kruispuntverhaal, waarmee ze vragen stelt over verleiding, verlies en morele prijzen.

Twee thema’s keren terug: verbijstering over wat er in de wereld gebeurt, en de gedachte dat de geschiedenis zich blijft herhalen. Williams gebruikt die insteek om een muzikaal monument te bouwen voor veerkracht in donkere tijden — een plaat vol twijfels, morele vragen en scherpzinnige observaties over ongelijkheid, nieuwsvermoeidheid en de menselijke drive om toch te blijven hopen. Voor wie haar werk kent bevestigt dit album dat haar doorleefde zang en vertelkunst nog sterker zijn geworden; voor nieuwkomers is het een indringende, rauwe kennismaking met een doorleefde Amerikaanse stem.