Door uitspraken van basketballer Sophie Cunningham over trans vrouwen is de WNBA opnieuw het middelpunt van de Amerikaanse cultuuroorlog
In dit artikel:
Sophie Cunningham, speelster van Indiana Fever, is uitgegroeid tot een prominent symbool in het Amerikaanse debat over trans vrouwen in de sport. In een eind juli gepubliceerd ESPN-profiel zei de 30-jarige basketbalster dat zij meisjes in de kleedkamer wilde beschermen en bezwaar had tegen deelname van trans vrouwen aan vrouwensport. Haar opmerkingen veroorzaakten binnen de WNBA zowel steun als felle kritiek.
Voor conservatieve Amerikanen geldt Cunningham inmiddels als een voorvechter van vrouwenrechten. Sommigen noemen haar ‘MAGA Barbie’, een verwijzing naar de politieke beweging rond president Donald Trump. Hoewel Cunningham zichzelf politiek als gematigd beschrijft, sluit haar standpunt aan bij Trumps beleid. Tijdens zijn tweede ambtstermijn werden de rechten van trans personen beperkt en kwam er onder meer een verbod voor trans meisjes en vrouwen om in school- en universiteitsteams voor vrouwen uit te komen. In 27 Amerikaanse staten gelden inmiddels dergelijke beperkingen.
De controverse drong door tot de tribunes. Bij wedstrijden van Indiana Fever waren er demonstraties voor en tegen Cunningham. In Minnesota werd ze uitgejouwd, terwijl coach Cheryl Reeve en speelster Stefanie Dolson zich met steunbetuigingen aan trans personen uitspraken. Ook buiten het veld waren er incidenten. Een mede-eigenaar van Seattle Storm werd geschorst na een confrontatie met jonge toeschouwers die Cunningham steunden. In een andere wedstrijd werd Cunningham hard geraakt door DiJonai Carrington, die daarvoor werd weggestuurd. Conservatieve media bestempelden Carrington vervolgens als gewelddadig; een aanklager in Florida meldde later dat zij in die staat was aangehouden.
De aandacht staat in contrast met Cunninghams sportieve rol. Ze is een degelijke schutter, maar begint doorgaans als reserve. Haar bekendheid groeide vooral nadat ze vorig seizoen een teamgenoot van Caitlin Clark, de grote publiekstrekker van Indiana, verdedigde tijdens een opstootje. De beelden maakten haar populair op sociale media en leverden haar sponsors, een podcast en optredens buiten de basketbalwereld op. Haar zichtbaarheid werd bovendien versterkt door steun van bekende Trump-aanhangers en anti-transactivisten.
De WNBA, traditioneel een progressieve competitie, was al eerder onderdeel van Amerikaanse conflicten over ras en politiek. De populariteit van Clark trok veel nieuwe, onder wie mannelijke, kijkers aan. Tegelijk kregen zwarte speelsters online te maken met racistische aanvallen. De spelersvakbond waarschuwde daarom dat haat tegen groepen, waaronder trans personen, niet mag worden aangewakkerd en dat de competitie geen politiek instrument moet worden.
Volgens de berichtgeving is de omvang van het probleem waarover Cunningham spreekt zeer klein. In de dertigjarige geschiedenis van de WNBA speelde nog nooit een trans vrouw mee. Binnen de Amerikaanse universiteitssport gaat het volgens de NCAA om ongeveer tien trans vrouwen op circa 500 duizend sportende studenten. Toch hebben verschillende sportorganisaties, waaronder de NCAA, het IOC, de WTA en de Engelse voetbalbond, regels ingevoerd die deelname van trans vrouwen beperken of uitsluiten. Ook in Nederland leidde dat tot het weren van dartster Noa-Lynn van Leuven uit vrouwencompetities.
Cunningham hield aanvankelijk vast aan haar uitspraken, maar zei later dat de aandacht weer naar basketbal zou moeten verschuiven. Door de politieke lading van het onderwerp en de steun die zij uit conservatieve hoek krijgt, lukt dat vooralsnog nauwelijks.
Vandaag Inside: Johan Derksen tegen Hans Klok: 'Een rare vraag misschien, maar...'