'Door statushouders hun voorrang af te nemen, los je de woningcrisis niet op'
In dit artikel:
Erik Gerritsen, directeur van woningcorporatie Ymere (83.000 woningen, actief in de metropoolregio Amsterdam), waarschuwt dat het voorgenomen kabinetsbeleid om statushouders hun gespecificeerde voorrang op sociale huurwoningen te ontnemen de woningnood niet oplost en nieuwe problemen kan veroorzaken. Het demissionaire kabinet wil statushouders ‘normaliseren’ door hen op de reguliere wachtlijst te plaatsen; de Raad van State geeft hierover naar verwachting deze week advies. Gerritsen stelt dat die maatregel vooral afleidt van het echte probleem: een ernstig tekort aan betaalbare huurwoningen.
Gerritsen legt uit dat statushouders, eenmaal erkend, recht hebben op huisvesting en dat veel van hen al lange tijd in overvolle asielzoekerscentra, doorstroomlocaties, vakantieparken of in tijdelijk onderkomen wonen. Hij rekent voor dat het afschaffen van voorrang bij Ymere gemiddeld ongeveer één maand aan wachttijd zou schelen—op wachtlijsten van soms tien jaar is dat praktisch verwaarloosbaar (ongeveer 0,3 procent verbetering). Bovendien benadrukt hij dat veel woningen die aan statushouders worden toegewezen flexwoningen van beperkte omvang zijn, en dat het aandeel toegewezen woningen relatief klein is: landelijk schat koepel Aedes 5–10 procent, bij Ymere was dat vorig jaar 451 woningen (6,9% van 6.577 vrijgekomen woningen), met sterke lokale variatie (bijvoorbeeld 7,4% in Amsterdam, 3,2% in Haarlem).
Gerritsen keert zich ook tegen het idee van grootschalige opvanglocaties of noodkampen. Volgens hem ondermijnen zulke concentraties de leefbaarheid en leiden ze tot segregatie en ‘gettovorming’. Zijn voorkeur gaat uit naar gemengde locaties waarin statushouders, jongeren en reguliere woningzoekenden elkaar ontmoeten en elkaar ondersteunen. Hij wijst erop dat de hoge kosten voor noodopvang (de recente berekeningen noemen circa 600 miljoen euro) beter besteed kunnen worden aan permanente woningbouw; Ymere rekent dat alleen van die 600 miljoen al ongeveer 3.000 woningen gebouwd zouden kunnen worden.
Politiek is de voorrangsregeling gevoelig: meerdere rechtse partijen (PVV, VVD, JA21, NSC) pleiten voor een verbod op voorrang voor statushouders. Tijdens het zomerreces werd een streng PVV-amendement aangenomen dat statushouders en veel niet-EU-burgers categorisch van voorrang zou uitsluiten, maar minister Mona Keijzer concludeerde later dat dat amendement discriminerend is en dus in strijd met de Grondwet. De discussie over de Wet versterking regie en de Regiewet blijft actueel; behandeling in de Eerste Kamer stond gepland.
Gerritsen noemt ook structurele oorzaken van het woningtekort: beperkte investeringsruimte voor corporaties (onder meer door vennootschapsbelasting en btw op nieuwbouw), gebrek aan bouwlocaties, trage vergunningverlening en stikstofproblematiek. Zijn voorstel: geef corporaties meer financiële ruimte zodat zij kunnen bouwen. Hij denkt dat corporaties, met aangepaste fiscale regels, een groot deel van de oplossing kunnen leveren. Daarnaast stelt hij een praktische, vrijwillige aanpak voor: corporaties mogen nu een klein deel van hun woningen vrij toewijzen; Ymere zou bereid zijn dat aandeel in overleg naar bijvoorbeeld 10 procent te brengen zodat statushouders via een ‘gentleman’s agreement’ voorrang blijven ontvangen, mits collega-corporaties meedoen.
Kortom: Gerritsen pleit voor meer bouwplannen en fiscale ruimte voor corporaties, tegen het schrappen van voorrang als pijnloze oplossing, en tegen grootschalige noodopvang die de leefbaarheid ondermijnt. Zijn invalshoek is praktisch: zonder extra woningen en zonder veranderingen in financiering blijft het probleem van huisvesting van statushouders en reguliere woningzoekenden onopgelost.