Door snelle groei autoverkeer in de jaren 60 is nu grootschalig onderhoud nodig

zaterdag, 30 mei 2026 (15:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Veel Nederlandse wegen, bruggen en viaducten blijken straks tegelijk aan groot onderhoud toe omdat ze grotendeels in dezelfde periode zijn aangelegd: de snelle uitbreidingsgolf van de jaren zestig en begin jaren zeventig. Die aanleg was een directe reactie op massale motorisering: waar Rijkswaterstaat in 1956 nog rekende op zo’n 360.000 auto’s in 1970, stonden er feitelijk bijna 2,5 miljoen. Economische groei (het gemiddelde inkomen was in 1970 ruim tweemaal zo hoog als in 1948), meer woon-werkverkeer en maatschappelijke veranderingen zoals vrouwenemancipatie dreef het autogebruik sterk op.

Als antwoord kwam in 1961 een noodprogramma voor 1.200 kilometer extra snelweg; het later vastgelegde Rijkswegenplan van 1968 voegde nog eens duizenden kilometers toe (3.714 km geplande nieuwe verbindingen). Nederland behoorde in die periode, na Duitsland en Italië, tot de landen met de meest grootschalige snelwegbouw in Europa. Nieuwe snelwegen werden vaak langs steden gelegd in plaats van door stedelijke kernen, en dat vereiste tal van bruggen, viaducten en tunnelcomplexen om knelpunten en rivierovergangen te overwinnen.

De snelle uitbreiding riep ook weerstand op vanwege leefbaarheids- en veiligheidszorgen. After 1972 daalde het tempo van snelwegbouw en de overheid zette in op versterking van het openbaar vervoer. Veiligheidsmaatregelen volgden na een dramatisch hoogtepunt in 1971, toen bijna 3.300 mensen op de weg omkwamen; ter vergelijking waren dat er in 2024 675 en in 2025 759. Maatregelen bestonden uit vangrails, veiligere auto’s, verplichtingen zoals helmen en gordels en strengere handhaving.

Rijkswaterstaat beheert momenteel 1.149 bruggen (waarvan 157 beweegbaar) en 24 tunnels. Veel oeververbindingen dateren uit de jaren 60 en 70 en waren oorspronkelijk op een levensduur van honderd jaar berekend. Door zwaarder en langer vrachtverkeer, en simpelweg ouderdom, blijkt vaker eerder groot onderhoud of vervanging noodzakelijk. Tunnels zijn gemiddeld jonger; de Velsertunnel (besloten in 1939, geopend in 1957) is een van de oudste voorbeelden van de naoorlogse infrastructuuruitbreiding.

Gevolg: een geconcentreerde onderhoudsopgave die gelijktijdig grote delen van de infrastructuur raakt, met implicaties voor budgetten, planning en verkeershinder in de komende jaren.