'Door het woud aan regels kunnen artsen niet meer de beste zorg aan hun patiënten leveren', zegt deze intensivist

dinsdag, 26 mei 2026 (10:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Armand Girbes, longjarig hoofd van de intensivecare in het VUmc en per vrijdag terugtredend als hoogleraar intensivecaregeneeskunde aan de VU, voert al jaren scherpe kritiek op de manier waarop zorg en medische wetenschap in Nederland georganiseerd zijn. Al zes jaar geleden voerde hij - deels parodisch - een proef uit naar welke schoenmaat artsen het snelst de reanimatieruimte bereiken; maat 38 bleek sneller dan de grootste maat getest (47, verwijzend naar sprintlegende Usain Bolt). De proef was bedoeld om aan te geven dat gerandomiseerde trials soms belangrijke, niet-gemeten factoren missen.

In zijn recent verschenen boek Zieke zorg (2025) richt Girbes de pijlen op de gereguleerde marktwerking die sinds 2006 steeds meer bepaalt welke zorg wordt geleverd en door wie. Die regeldruk, met duizenden strak omschreven dbc’s, zorgprotocollen en keurmerken, knelt volgens hem de professionele autonomie van artsen en verpleegkundigen af zodat zij patiënten niet altijd de voor hen beste, holistische zorg kunnen bieden. Voor goede zorg pleit Girbes juist voor een brede benadering die de patiënt en diens netwerk centraal zet; daarom introduceerde hij op zijn IC familiebegeleiders die ook praktische ondersteuning bieden.

Girbes illustreert zijn zorgen met concrete voorbeelden van protocolrigiditeit: standaardprocedures die herhaald moeten worden als iemand even wegloopt, een klacht van de inspectie over een verpleegkundige met een horloge en een casus waarin een doorligplek niet meteen kon worden verholpen omdat alleen een gespecialiseerde verpleegkundige bevoegd was een speciaal matras te bestellen. Zulke regels leiden volgens hem tot onnodige vertraging en soms perverse uitkomsten.

Ook de sterke specialisatie in ziekenhuizen baart hem zorgen. Hoewel ervaring kwaliteit kan verbeteren, ontstaat volgens Girbes door steeds fijnmaziger taakverdeling het fenomeen van “halve ziekenhuizen”: patiënten met meerdere aandoeningen worden versnipperd behandeld, informatie gaat verloren en collegiale kruisbestuiving verdwijnt. Dat maakt artsen minder allround, vermindert leerervaringen voor jonge dokters en vernauwt het draagvlak voor overleg tussen specialismen. Academische centra raken bovendien gefocust op zeldzame ziekten, waardoor onderzoek en opleiden van jonge artsen in bredere praktijkproblematiek verarmen.

Girbes erkent dat specialisatie en sommige protocollen waardevol zijn — bij zeldzame ingrepen of veiligheidseisen — maar waarschuwt tegen afvinkcultuur. Zijn voorstel: minder rigide regels en meer wederzijdse controle en uitwisseling tussen ziekenhuizen, wat hij samenvat als “Kijken In Elkaars Keuken”: tijdelijk meekijken in collega-instellingen om te leren en direct verbeterpunten voor patiëntenzorg te identificeren. Tijdens de coronapandemie maakte hij al debat gevoerde opmerkingen over prioritering van covidpatiënten; zijn voorspelling van latere oversterfte onder niet-covidpatiënten blijkt volgens hem helaas uitgekomen.