Door energiecrisis maken oliebedrijven bijna 3000 dollar per seconde winst, terwijl consument benzine amper nog kan betalen
In dit artikel:
De oorlog in het Midden-Oosten jaagt de olieprijs omhoog: in een week steeg Brent-olie met ongeveer 20% tot boven de 107 dollar per vat. Oxfam Novib berekent dat de zes grote oliemaatschappijen — Chevron, Shell, BP, ConocoPhillips, Exxon en TotalEnergies — dit jaar samen zo’n 93 miljard dollar aan fossiele brandstoffen binnenharken, wat neerkomt op bijna 3.000 dollar per seconde. Volgens de hulporganisatie verdienen deze bedrijven per dag ongeveer 37 miljoen dollar meer dan vorig jaar, doordat een blokkade van de Straat van Hormuz en beschadigde installaties in het Midden-Oosten het aanbod drukken terwijl de wereldvraag groot blijft.
Oxfam presenteerde de cijfers maandag tijdens een conferentie over de uitfasering van fossiele brandstoffen in Colombia, mede geïnitieerd door Nederland. De organisatie gebruikt de berekening om te pleiten voor hogere heffingen op oliemaatschappijen en andere grote vervuilers, zodat de extra opbrengsten kunnen worden ingezet om huishoudens te helpen die moeite hebben met hun energierekening. Oxfam-klimaatexpert Hilde Stroot wees erop dat de bedrijven profiteren, "terwijl mensen wereldwijd hun energierekeningen amper meer kunnen betalen".
Overheden plukken ook mee via accijnzen; veel landen verlaagden tijdelijk de belasting op brandstof, maar het Nederlandse kabinet heeft dat niet gedaan en beperkt zich tot aanpassingen in reiskostenvergoeding en wegenbelasting voor bedrijfsvoertuigen. Minister Eelco Heinen is terughoudend ten aanzien van een speciale heffing op overwinsten, hoewel Duitsland en Italië juist aandringen op zulke maatregelen — vergelijkbaar met extra belasting op energiebedrijven na de Russische inval in Oekraïne.