Doodenge censuur: FIOM verbiedt het woord 'baby' om de harde realiteit van abortus te verdoezelen
In dit artikel:
De door de overheid deels gefinancierde organisatie FIOM heeft een nieuwe mediarichtlijn uitgegeven over de woordkeuze rond abortus. De aanbevelingen pleiten onder meer voor termen als 'vrucht' in plaats van 'baby', 'zwangere' in plaats van 'moeder', het vermijden van 'jongen' of 'meisje' en het spreken van 'zwangerschap afbreken' in plaats van 'abortus plegen'. FIOM presenteert de regels als neutraal en bedoeld om respectvolle, feitelijke berichtgeving te bevorderen.
De richtlijn riep scherpe kritiek op van politieke partijen SGP, ChristenUnie en BBB. SGP-Kamerlid Diederik van Dijk reageerde op X en stelde dat de voorgestelde woordkeuze de realiteit verdoezelt; hij luidde onder meer dat er met publieke gelden taal zou worden gestuurd om het morele gewicht van abortus te verminderen. Samen met Mirjam Bikker (ChristenUnie) en Femke Wiersma (BBB) heeft de SGP Kamervragen ingediend bij minister van VWS: ze willen weten of het ministerie zelf gebruik zal maken van de richtlijn en of FIOM subsidie heeft ontvangen voor dit beleid.
Critici voeren ook juridische argumenten aan: in de Wet afbreking zwangerschap zou tweemaal de term 'ongeboren leven' voorkomen en abortus staat nog in het Wetboek van Strafrecht, wat volgens tegenstanders de term 'abortus plegen' taalkundig en juridisch passend maakt. De tegenstanders beschouwen de richtlijn als een poging om abortus klinisch en emotieloos te presenteren en roepen op tot het stopzetten van overheidsfinanciering aan FIOM.
FIOM verdedigt haar aanpak als streven naar neutrale, stigmavoorkomende terminologie; dat standpunt wordt in het artikel als activistisch en vergoelijkend bestempeld. Het oorspronkelijke stuk zelf heeft een sterke polemische toon en bevat oproepen aan lezers om zich tegen de richtlijn te verzetten en zich te abonneren op soortgelijke berichtgeving.
In bredere context past deze discussie in de landelijke debatlijn over de framing van reproductieve zorg en de rol van taal daarin. Media- en stijtregels over woordgebruik komen vaker voor met het doel stigmatisering te vermijden, maar de FIOM-richtlijn laat zien dat zulke aanbevelingen ook politieke en maatschappelijke tegenreacties kunnen oproepen. De kwestie ligt nu bij de minister van VWS; een antwoord op de Kamervragen zal duidelijkheid moeten geven over subsidie en het mogelijke gebruik van de richtlijn door de overheid.