Donald Trump is met zijn brute aanval op Venezuela ongewoon eerlijk over zijn hebzuchtige motieven

maandag, 5 januari 2026 (19:29) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Op 3 januari voerden Amerikaanse eenheden een rechtstreekse militaire operatie in Caracas uit waarbij president Nicolás Maduro en zijn vrouw werden ontvoerd; bij de aanval vielen meer dan veertig doden. De operatie en de openlijke toespraken die daarop volgden – waarin president Trump en minister van Defensie Pete Hegseth zonder omhaal de Amerikaanse aanspraken op Venezolaanse olie en het voornemen om het land tijdelijk te besturen naar voren brachten – markeren volgens meerdere deskundigen een breuk met het verleden: waar Amerikaanse inmenging vroeger vaak in het geheim verliep, wordt die nu onversneden en publiekelijk gepropageerd.

Het incident staat in een lange historische traditie van Amerikaanse inmenging in Latijns‑Amerika. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben de VS volgens historici en archieven tientallen regeringen in de regio ondermijnd, soms met steun aan coupplegers, soms met moordaanslagen of directe militaire acties. Het onderzoek van journalisten als Seymour Hersh in de jaren zeventig leidde destijds tot strengere controle door het Congres en tot uitbreiding van de Freedom of Information Act (FOIA), waardoor veel geheime operaties aan het licht kwamen. Analisten zoals Peter Kornbluh waarschuwen dat die systemen van controle en geheimhouding nu worden weggevaagd doordat de huidige regering openlijk haar machtspolitiek verkondigt.

De Amerikaanse Nationale Veiligheidsstrategie en retoriek van Trump – verwijzend naar een herinterpretatie van de Monroe‑doctrine om Amerikaanse dominantie op het westelijk halfrond te herstellen – maakten de maanden voorafgaand aan de aanval voorspelbaar, aldus de auteur. Trump en bondgenoten zoals senator Marco Rubio presenteerden de Venezolaanse olierijke grondstoffen als aanleiding en legitimatie voor ingrijpen. Critici zien daarin een terugkeer naar de vroegere "gunboat diplomacy": machtspolitiek die soevereiniteit van andere staten negeert en het internationale rechtskader ondermijnt.

In Venezuela zelf is de reactie gemengd en vooral gespannen. Onderzoekster Eva van Roekel beschrijft angst en onzekerheid: sommige oppositieleden zijn opgelucht dat Maduro weg is, maar velen vrezen Amerikaanse koloniale praktijken en willen hun olie‑inkomsten onder nationale controle houden. De verwoestende gevolgen van sancties en verouderde infrastructuur maken de situatie complex: buitenlandse belangstelling richt zich vooral op olie, maar veel Venezuelanen verzetten zich tegen herhaling van een oud patroon van exploitatie.

Over de vraag of de operatie zorgvuldig gepland was of eerder impulsief en improviserend, bestaat verdeeldheid. Journalist Josh Marshall vermoedt dat verschillende regeringsfacties en opportunisme een rol speelden en dat Trump mogelijk vooral "stoer" wilde optreden zonder lange termijnplan. Kornbluh benadrukt daarentegen dat maandenlange voorbereidingen en betrokkenheid van vaste interventie‑adviseurs zoals Marco Rubio en Stephen Miller erop wijzen dat de actie niet zomaar lukraak was.

De brede internationale consequenties laten zich moeilijk overzien. Analisten waarschuwen voor een nieuwe cyclus van anti‑Amerikaans nationalisme in Latijns‑Amerika, vergelijkbaar met de reactie in het begin van de twintigste eeuw die leidde tot de Good Neighbor Policy. Een verdere escalatie – bijvoorbeeld aanvallen op Mexico of Cuba – zou op het continent diepgaande radicalisering en massa‑mobilisaties kunnen uitlokken. Hoe Venezuela zich op de middellange termijn vormt hangt af van Trumps interesse en politieke dynamieken in het land zelf; sommige ex‑leiders wachten, anderen zouden kunnen terugkeren, maar veel is onzeker in deze chaotische fase.