Doen alsof overheids­financiën net zo werken als een huishoudboekje is een politiek spel

woensdag, 14 oktober 2026 (13:37) - Follow the Money

In dit artikel:

Minister van Financiën Eelco Heinen benadrukte rond Prinsjesdag dat geld eerst verdiend moet worden voordat het kan worden uitgegeven. Die oproep tot begrotingsdiscipline past bij een diepgeworteld Nederlands idee van zuinigheid: net als een gezin zou ook de overheid haar uitgaven moeten afstemmen op haar inkomsten. Volgens econoom en nieuwsbriefschrijver Thomas Bollen is die vergelijking echter misleidend en verhult ze politieke keuzes.

De Amerikaanse econoom Stephanie Kelton, een prominente vertegenwoordiger van de Modern Money Theory (MMT), stelt dat de volgorde bij een overheid anders ligt dan bij een huishouden. Een staat die zijn eigen munt uitgeeft, kan volgens haar eerst geld in de economie brengen en daarna belastingen innen of staatsleningen uitgeven. De staat hoeft dus niet eerst belastinggeld te verzamelen om uitgaven mogelijk te maken. De Tweede Wereldoorlog dient als voorbeeld: de Amerikaanse overheid financierde met grote tekorten een sterke uitbreiding van de oorlogsproductie en gaf pas daarna obligaties uit om geld uit de economie te halen en inflatie te beperken.

MMT bekritiseert de gangbare economische uitleg van overheidsfinanciën, omdat die volgens de aanhangers onvoldoende aansluit bij de feitelijke werking van geldschepping en overheidsboekhouding. Overheidsuitgaven komen terecht als inkomen en spaargeld bij bedrijven en huishoudens. Een hogere staatsschuld betekent daardoor tegelijk een grotere financiële bezitting voor de private sector. Omgekeerd kan een begrotingsoverschot geld aan de economie onttrekken. Bollen wijst op de Amerikaanse overschotten onder president Bill Clinton: hoewel die als financieel succes werden gezien, gingen ze volgens de MMT-redenering vooraf aan een recessie in 2001.

De theorie wordt door veel economen bekritiseerd. Tegenstanders als Paul Krugman en Larry Summers waarschuwen dat MMT de gevolgen van onbeperkte tekorten onderschat. Kelton zegt echter niet dat overheidsschulden eindeloos kunnen oplopen. De werkelijke grens ligt volgens haar bij inflatie en bij de beschikbare middelen in de economie, zoals arbeid, grondstoffen en productiecapaciteit. De belangrijkste vraag is daarom niet alleen of een maatregel het tekort verhoogt, maar vooral of de extra uitgaven de vraag groter maken dan wat de economie kan produceren.

Bij hoge werkloosheid en onbenutte capaciteit kunnen extra publieke uitgaven volgens MMT nuttig zijn, bijvoorbeeld voor infrastructuur, verduurzaming of zorg. Draait de economie al op volle kracht, dan kunnen dezelfde uitgaven juist prijsstijgingen aanjagen. Geld is in deze visie een middel om de reële economie te sturen, niet een doel op zichzelf.

Bollen concludeert dat begrotingsdiscipline niet louter een economische wetmatigheid is, maar ook een politiek narratief. In crisissituaties, zoals oorlogen, de coronapandemie en de redding van banken, blijken overheden wel degelijk grote bedragen te kunnen mobiliseren. Daarna wordt zuinigheid vaak opnieuw als onvermijdelijk gepresenteerd, bijvoorbeeld bij bezuinigingen op sociale zekerheid. Volgens MMT zou de discussie daarom minder moeten draaien om de vraag hoe een tekort wordt betaald en meer om de democratische keuze waarvoor schaarse arbeid, grondstoffen en productiecapaciteit worden ingezet.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: VVD'er valt woonminister aan over uitspraken voorrang statushouders