Zo serveer je champagne op zijn best: knallen is eeuwig zonde en doe dít vooral niet
In dit artikel:
Voor wie champagne wil verzorgen als een professional: bewaar flessen koel en stabiel, koel ze rustig en open ze voorzichtig om aroma’s en bubbels te behouden en ongelukken te voorkomen. Draag zorgvuldigheid in aparte stappen: opslag in een donkere, trillingsvrije ruimte met constante temperatuur; koelen in de koelkast (enkele uren) of in een ijsemmer (±20–30 minuten) tot ongeveer 6–8 °C voor de meeste brut-stijlen, iets warmer (rond 8–10 °C) voor vollere of vintage champagnes.
Openen: verwijder folielaag en maak de muselet los, houd de kurk stevig vast en draai de fles (niet de kurk) met een lichte kanteling van ongeveer 45 graden zodat de druk gecontroleerd ontsnapt en schuimoverlast beperkt blijft. Schenk langzaam in lichtjes gekantelde glazen om schuimvorming te temperen.
Glaswerk en proeven: kies voor een tulp- of klein witwijnglas boven de traditionele flûte als je de geurontwikkeling wilt versterken; flûtes behouden wel de belletjes maar beperken aroma. Let bij proeven op kleur, mousse (fijnheid van de belletjes), geur en balans tussen frisheid en body.
Na openen: gebruik een speciale champagnestopper en bewaar de fles rechtop in de koelkast; consumeer bij voorkeur binnen 1–3 dagen. Vermijd schudden en langdurige blootstelling aan warmte of licht.
Kortom: temperatuur, rust en beheerste handelingen zijn de sleutel om maximaal te genieten van de bubbels.