Dodelijk en geen vaccin, maar toch geen reden tot kopzorgen: dit moet je weten over het nipah-virus
In dit artikel:
Twee verpleegkundigen in een privéziekenhuis in Barasat (West-Bengalen, India) zijn eind vorig jaar ziek geworden en op 13 januari is bevestigd dat het om het nipah‑virus gaat. Beide ontwikkelden snel neurologische klachten; begin januari werden ze geïsoleerd. Eén van hen knapte op vanaf 21 januari, de ander ligt nog in kritieke toestand. Tot en met 27 januari zijn geen verdere bevestigde gevallen gemeld. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) onderzocht 196 contactpersonen van de twee verpleegkundigen; allen testten negatief en vertoonden geen symptomen. India treedt volgens de WHO daadkrachtig op — dit is de zevende geregistreerde uitbraak in het land.
Het nipah‑virus werd voor het eerst gesignaleerd in 1998 in Maleisië en is sindsdien met regelmaat verantwoordelijk voor kleine uitbraken in Zuidoost‑Azië, vooral in Bangladesh en India. De natuurlijke reservoirgastheer zijn fruitvleermuizen; besmetting van mens kan plaatsvinden wanneer mensen fruit of sap consumeren dat is verontreinigd met speeksel of uitwerpselen van deze vleermuizen. Ook indirecte overdracht via varkens is mogelijk; in de oorspronkelijke uitbraak werden miljoenen varkens gedood om verspreiding te stoppen. Mens‑op‑mensoverdracht komt zelden voor en vereist doorgaans nauw, direct contact — vaak onder zorgverleners. Viroloog Marc Van Ranst benadrukt dat nipah heel anders overgaat dan bijvoorbeeld covid: "Je moet al nauw contact hebben met iemand die besmet is."
Klinisch begint een infectie met niet‑specifieke, griepachtige verschijnselen: koorts, hoofdpijn en spierpijn. Bij hoge virusbelasting kunnen klachten al na drie dagen optreden; gemiddeld is de incubatietijd 10–14 dagen. In een later stadium treden ernstigere problemen op, zoals braken, verwardheid en symptomen van hersenontsteking; longontsteking komt ook voor. De ziekte kent een hoge mortaliteit: ongeveer de helft van de patiënten overlijdt. Onder overlevenden heeft circa 20% blijvende neurologische gevolgen, waaronder gedragsveranderingen en mogelijk epilepsie.
Er bestaat geen specifiek antiviraal middel en geen vaccin tegen nipah; behandeling is ondersteunend en gericht op intensieve zorg waar nodig. Preventieve adviezen richten zich daarom op het vermijden van blootstelling: controleer of fruit onbeschadigd is, kook palm‑sap (waar het sap van de dadelpalm populair is) vóór consumptie en beperk onbeschermd contact met mogelijke besmette dieren of mensen.
Deskundigen schatten de kans klein dat deze recente uitbraak uitgroeit tot een grootschalige epidemie. Fruitvleermuizen die het virus dragen, komen niet overal voor, en het virus zou aanzienlijke veranderingen moeten ondergaan om op brede schaal tussen mensen te verspreiden. Historisch blijven nipah‑uitbraken meestal beperkt tot tientallen slachtoffers en uitgebreide lokale opsporing en isolatie.