Docente, concertpianiste, vriendin van bekende musici: Coba Swaan was een van de radertjes van muzikaal Amsterdam een eeuw geleden, maar wie kent haar nog?
In dit artikel:
Een doos met documenten van de Amsterdamse pianiste en muziekpedagoge Coba Swaan (1886-1957) is opgedoken op de boekenmarkt in de Oudemanhuispoort. De verzameling biedt een zeldzaam beeld van het professionele leven van een vrouwelijke musicus in het begin van de twintigste eeuw. Boekhandelaar Ed Bay van Poortopia kreeg het materiaal in handen nadat Swaans laatste directe familie was overleden. Het archief is voor onderzoek in bruikleen gegeven.
Swaan trad in de jaren tien en twintig op in Amsterdamse concertzalen, onder meer in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, en maakte ook radio-opnamen. Recensenten prezen haar pianospel. Daarnaast gaf ze les aan het Amsterdamsch Conservatorium en privé, vaak aan kinderen uit welgestelde families. In haar nalatenschap zitten onder meer lesmateriaal, concert- en theaterprogramma’s, persoonlijke correspondentie en handgeschreven composities van Amsterdamse musici.
Een opvallend document is een briefje waarin Swaan bezwaar maakt tegen een publicatie over de Franse componist Vincent d’Indy. Volgens haar werd daarin haar voormalige lerares Blanche Selva ten onrechte niet genoemd. Selva was in Frankrijk en Spanje een gevierde pianiste en pedagoge en gold als een belangrijke uitvoerder van d’Indy’s werk. Swaan had in Frankrijk bij haar gestudeerd en kreeg toestemming om Selva’s pianomethode in Nederland te onderwijzen.
Het archief bevat ook een manuscript uit 1919 van veertien pianostukken die de jonge Johannes Röntgen voor haar schreef. Zijn vader, componist Julius Röntgen, was een vroegere docent van Swaan aan het conservatorium. Verder onderhield zij contacten met componist Theo van der Bijl en raadpleegde pianopedagoog Wim Kloppenburg haar bij de voorbereiding van een publicatie. De documenten wijzen daarmee op een uitgebreid netwerk binnen het Amsterdamse muziekleven.
Volgens Philomeen Lelieveldt, conservator van de Collecties Nederlands Muziek Instituut bij het Haags Gemeentearchief, is de vondst bijzonder omdat archieven van vrouwelijke musici veel schaarser zijn dan die van hun mannelijke collega’s. Het NMI beheert vooral materiaal van bekende klassieke musici; ongeveer 80 procent daarvan is afkomstig van mannen. Veel vrouwen stopten na hun huwelijk met optreden of lesgeven, terwijl hun documenten vaak niet werden bewaard. Daardoor zijn hun loopbanen nauwelijks zichtbaar gebleven.
Dat vrouwen wel degelijk op grote schaal een muziekopleiding volgden, blijkt uit historische cijfers. Van de 335 pianisten die tot 1934 aan het Amsterdamsch Conservatorium afstudeerden, waren er 238 vrouw. Bij de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst kregen in de 25 jaar tot 1913 285 vrouwen en 41 mannen een muziekdiploma. Swaan bleef ongehuwd en kon haar loopbaan voortzetten tot kort voor haar overlijden.
Musicoloog Helen Metzelaar plaatst Swaan in een generatie waarin vrouwen in de muziek tijdelijk meer ruimte kregen. De invoering van het vrouwenkiesrecht in 1917 en initiatieven rond vrouwelijke componisten weerspiegelden die ontwikkeling. De economische crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog maakten daar een einde aan. Vanaf de jaren vijftig nam volgens Metzelaar de druk toe om vrouwen vooral een rol binnen het gezin te laten vervullen.
Swaan werd geen bekende ster, maar was wel een belangrijke schakel in het culturele leven van de stad. Het Nederlands Muziek Instituut wil haar archief daarom als zelfstandige collectie opnemen. Zo kan het materiaal helpen om niet alleen haar leven, maar ook de bredere geschiedenis van vrouwelijke musici en hun netwerken beter te reconstrueren.
De Oranjezomer: Astrid Holleeder blikt bij De Oranjezomer terug op avontuur bij RTL Tonight