Docent vroeg €160.145 na ontslag wegens ziekte, maar hof wijst het af: school handelde niet ernstig verwijtbaar
In dit artikel:
Een docente Duits die na langdurige ziekte werd ontslagen, krijgt geen billijke vergoeding van €160.145,85. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde op 8 september dat de school niet ernstig verwijtbaar had gehandeld. De docente werkte sinds maart 2017 bij een Amsterdamse scholengroep en meldde vanaf 2021 meerdere problemen met een conciërge. In juni 2022 viel zij ziek uit en vroeg zij om op een andere locatie te mogen werken. Gesprekken, een advies van de bedrijfsarts om mediation of een gesprek met een derde te voeren en een poging tot werkhervatting leidden niet tot een duurzame terugkeer. In november 2022 viel zij opnieuw uit. In juni 2024 kreeg zij een WIA-uitkering. Met toestemming van UWV ontsloeg de school haar per 1 januari 2025.
De docente stelde dat de school haar klachten en re-integratie onvoldoende had aangepakt en daardoor haar ziekte had veroorzaakt. De kantonrechter wees haar verzoek in juli 2025 al af, waarna zij in hoger beroep ging. Het hof beoordeelde onder meer de reactie op haar klachten, het optreden van de directeur, het bedrijfsartsadvies en het re-integratietraject. Sommige reacties van de school waren volgens het hof niet ideaal, maar wel begrijpelijk. Ook had de docente volgens de rechters op bepaalde momenten zelf actie moeten ondernemen of haar bezwaren duidelijker moeten uiten. Over het tweede ziektejaar kon zij bovendien niet concreet aangeven wat de school anders had moeten doen.
Voor een billijke vergoeding is volgens het hof een uitzonderlijke situatie nodig waarin de werkgever zijn verplichtingen grof veronachtzaamt. Daarvan was geen sprake. De docente moet daarnaast €3.431 aan proceskosten betalen. Een WIA-uitkering staat los van de transitievergoeding, waarop werknemers bij ontslag wegens ziekte meestal wel recht hebben.
Vandaag Inside: Tijjani Reijnders baalt van enorme misser: 'Iets te veel power...'