DNB: Nederlandse economie groeit dit jaar nog maar 0,8 procent, inflatie kan stijgen naar 4,6 procent

vrijdag, 12 juni 2026 (17:48) - Het Parool

In dit artikel:

De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwt in haar nieuwe voorjaarsraming dat de inflatie in Nederland gemiddeld relatief beperkt blijft, maar in een donker scenario fors kan oplopen. Zonder een escalatie van het Midden-Oostenconflict rekent DNB voor dit jaar op ongeveer 2,7 procent inflatie — hoger dan eerder gedacht maar lager dan de 3 procent van vorig jaar — en op 2,3 en 2,4 procent in 2027 en 2028. Lopen de spanningen met Iran echter verder op en blijven energieprijzen langdurig hoog, dan zou de inflatie kunnen pieken tot circa 4,6 procent in 2027 en 3,7 procent in 2028.

De economie voelt de internationale onrust: DNB voorziet voor dit jaar een groei van 0,8 procent, tegen 1,8 procent vorig jaar, en de groei viel in het eerste kwartaal terug naar 0,1 procent. Als open handelsland merkt Nederland de zwakkere wereldvraag, waardoor de export en de wereldhandel minder bijdragen aan de economische motor. Tegelijk koelt de arbeidsmarkt iets af en passen huishoudens hun energiegebruik aan, waardoor olieprijsstijgingen minder sterk doorwerken op de totale inflatie dan tijdens de energiecrisis na de Russische inval in 2022.

De binnenlandse steun komt vooral van hogere overheidsuitgaven; consumenten blijven voorzichtig, sparen meer en geven minder uit. De huizenprijsstijging voor bestaande koopwoningen wordt voor 2026–2028 geschat op 3–4 procent — veel lager dan de 8,6 procent van vorig jaar — door dalend consumentenvertrouwen en hogere hypotheekrentes. Ook bedrijven houden de hand op de knip; desondanks verwacht DNB dat de groei weer aantrekt naar ongeveer 1,2 procent volgend jaar en 1,3 procent in 2028. De werkloosheid loopt geleidelijk op naar ongeveer 4,3 procent in 2028.

DNB waarschuwt vooral voor structurele zwakte op de langere termijn: de economie groeit minder hard dan mogelijk doordat personeel en investeringen vaak bij weinig-productieve bedrijven terechtkomen. Sinds de coronaperiode is er minder dynamiek — minder start-ups en ook minder faillissementen — waardoor productieve bedrijven minder sterk doorselecteren. De bank dringt er bij het kabinet op aan fiscale veranderingen door te voeren, zoals het afbouwen van de zelfstandigenaftrek, de mkb-winstvrijstelling en het lage vennootschapsbelastingtarief, om middelen te herleiden naar productieverende bedrijven en zo de groeipotentie te versterken.