DNA-onderzoek naar slachtoffers SS-massamoord Ardeatijnse grotten in Rome
In dit artikel:
Onderzoekers van de Universiteit van Florence zijn begonnen aan een spoedklus: met moderne DNA-technieken willen ze de laatste zeven anonieme slachtoffers van de SS-massamoord bij de Ardeatijnse grotten bij Rome identificeren. In maart 1944 executeerden SS-milities daar 335 Italiaanse burgers en militairen als vergeldingsactie; hoewel de meesten na de oorlog werden herkend, blijven enkele lichamen tot nu toe zonder naam.
Het forensische team wil door het onttrekken van genetisch materiaal uit de overblijfselen en het vergelijken daarvan met mogelijke verwanten eindelijk duidelijkheid brengen over de herkomst van die zeven mannen. De onderzoekers baseren hun hoop op de grote vooruitgang in DNA-analysetechnieken van de afgelopen vijftien jaar; een vergelijkbaar project in 2010 leidde al tot de identificatie van vijf slachtoffers.
De operatie heeft zowel wetenschappelijke als menselijke motieven: het teruggeven van een naam betekent historische rechtvaardigheid en biedt nabestaanden — zover die nog leven — langdurige onzekerheid en de mogelijkheid tot eerbetoon. De tijd dringt, omdat directe familieleden na meer dan tachtig jaar vaak niet meer in leven zijn. Het project illustreert hoe hedendaagse forensische wetenschap kan bijdragen aan het oplossen van oorlogsmysteries en het compleet maken van het collectieve geheugen rond tragedies als de Ardeatijnse grotten.