Dit zijn de nieuwe gezichten op het ministerie van Onderwijs
In dit artikel:
Rianne Letschert (D66) en Judith Tielen (VVD) vormen de nieuwe leiding op het ministerie van Onderwijs: Letschert als minister en Tielen als staatssecretaris. Beiden brengen een duidelijk verschillend profiel mee en symboliseren de spanningen die in het komende kabinet kunnen spelen rond hoger onderwijs, vrijheid van onderwijs en cultuurthema’s.
Rianne Letschert, 49, was tot begin december voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Maastricht. Zij kreeg landelijke bekendheid toen D66-leider Rob Jetten haar vroeg als informateur tijdens de formatie van de coalitie tussen D66, VVD en CDA; binnen de gestelde termijn wist ze een regeerakkoord te presenteren. In Maastricht staat ze bekend om een bestuurlijke stijl die tegelijk voorkomend en kritisch is. Als universitair bestuurder sprak ze zich herhaaldelijk uit tegen bezuinigingen op het hoger onderwijs en tegen beleid dat de internationalisering zou terugdringen. Ze waarschuwde dat het fors beperken van internationale studenten en Engelstalig onderwijs grote schade zou toebrengen aan universiteiten, en noemde de voorgenomen bezuinigingen een bedreiging voor de “levensader” van universiteiten. De nieuwe coalitie heeft die bezuinigingen inmiddels teruggedraaid, waardoor Letschert nu zelf het hogereonderwijsbeleid kan vormgeven en uitvoeren.
Letschert heeft zich niet publiekelijk uitgesproken over alle gevoelige dossiers zoals de grondwettelijke vrijheid van onderwijs, maar zij is gebonden aan de afspraak in het regeerakkoord dat dat artikel als fundament blijft gelden. Tegelijkertijd ligt er ruimte voor spanningen: haar eerdere inzet voor inclusief onderwijs en haar harde optredens tijdens studentprotesten — zij vroeg vorig jaar op 10 juni de politie een universitair pand te ontruimen tijdens pro-Palestijnse acties — tonen een bestuurservaring waarin zij zowel kordaat kan optreden als concessies kan doen; eind oktober gaf zij toe aan druk door de samenwerking met de Hebrew University te beëindigen.
Judith Tielen, 54, is een VVD’er met een achtergrond in geneeskunde en marketing in de zorg. Ze kwam in 2017 in de Tweede Kamer en vervulde rollen als woordvoerder zorg en jeugdbeleid, voorzitter van de vaste commissies Financiën en later Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en was vicevoorzitter van de parlementaire enquêtecommissie over de gaswinning in Groningen. Tielen was eerder algemeen secretaris van de VVD (2008–2014) en profileert zich als moderne liberaal met een nadruk op individuele verantwoordelijkheid en gelijkwaardigheid.
Haar benoeming als staatssecretaris Onderwijs kwam voor velen als een verrassing, maar toont dat de VVD vertrouwen heeft in haar brede inzetbaarheid; eerder trad ze al aan als staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport na het vertrek van de PVV uit het vorige kabinet. Tielen staat bekend om een strakke, soms confronterende debatstijl — dat bleek tijdens een scherp debat over de Embryowet — en verdedigt liberale waarden zoals het recht op abortus. Op onderwijsgebied draagt ze het VVD-standpunt mee dat het grondwetsartikel over vrijheid van onderwijs aangepast moet kunnen worden en dat ingegrepen moet worden bij zogenoemde ‘onvrije scholen’. Daarmee kan zij botsten met orthodoxe en confessionele scholen, zeker omdat zij weinig sympathie heeft voor methodes of campagnes die zij als achterlijk of polariserend ziet.
Praktische gevolgen: Letschert krijgt de taak het hoger onderwijs te herstellen en te beschermen tegen eerdere bezuinigingsplannen, met bijzondere aandacht voor internationalisering en Engelstalig onderwijs. Tielen moet zich in haar nieuwe portefeuille houden aan het regeerakkoord, maar haar liberale prioriteiten voorspellen debatten over schoolvrijheid, grenzen aan religieuze of ideologische praktijken in onderwijs en de afstand tussen overheid en onderwijsinstellingen. Samen geven ze een beeld van een ministerie dat enerzijds het hoger onderwijs wil versterken en internationaliseren, en anderzijds onder druk kan komen te staan door conflicten over waarden, vrijheden en maatschappelijke gevoeligheden.