Dit zijn de beste boeken van het jaar volgens de Groene-recensenten
In dit artikel:
Dit jaar trokken diverse romans, essays, biografieën en dichtbundels de aandacht van recensenten door hun personages, stijl en thematische scherpte — van intieme rouwbeschouwingen tot geopolitieke panoramateksten en inventieve verhalende experimenten.
Sandro Veronesi — Zwarte september (vert. Welmoet Hillen): Veronesi verlegt zijn vertrouwde toneel naar de zomer van 1972 aan de Toscaanse kust en vertelt het verhaal door de ogen van de twaalfjarige Giglio. De roman combineert zintuiglijke, Italiaanse leefwereldbeschrijvingen met een donker drama rond verlies en ontluikende seksualiteit, gezet tegen de onrust van de Olympische gijzeling in München. De kracht zit in de mengeling van sensuele observatie en de breekbaarheid van een jongenslijke onschuld.
Julia Schoch — Wild van een woeste droom (vert. Josephine Rijnaarts) & Sarah Arnolds — Het gore lef: Schoch weeft in deze roman fragmenten van levensgebeurtenissen samen in onverwachte lussen; haar werk is introspectief, wroetend en geraffineerd in toon. Arnolds’ verhalenbundel werkt andersom: scherp, bevreemdend proza waarin personages telkens naar ontsnapping of onthechting zoeken — verhalen die lang blijven nazinderen.
Jacqueline Oskamp — Groots is de liefde: Biografie van Louis Andriessen: Een grondige, deskundige biografie van de Nederlandse componist Louis Andriessen die zijn uitzonderlijke positie in de twintigste-eeuwse muziek laat zien. Oskamp plaatst zijn vroege talent en jazzinvloeden in het bredere biografische en culturele kader, en verdedigt zijn belang naast historische voorgangers.
David Szalay — Het vlees (vert. Auke Leistra): Szalay tekent het leven van de zwijgzame István in korte, indringende scènes die samen een ontroerend portret opleveren van een man die meer door gebeurtenissen overkomen wordt dan ze te sturen. Het boek viel in de prijzen vanwege zijn sobere stijl en de precieze, impliciete manier waarop levensvormende trauma’s worden opgeroepen.
Oliver Moody — Baltic: The Future of Europe: Een journalistieke verkenning van de Baltische Zee-regio die laat zien hoe historische verbindingen, culturele verwantschappen en hedendaagse veiligheidszorgen – niet in de laatste plaats als reactie op Russische dreiging – leiden tot nieuwe samenwerking tussen de landen rond de zee. Moody levert een toegankelijk, gelaagd portret dat West-Europese lezers helpt de regio herwaarderen.
Els Moors — Voer voor struikrovers & Maarten van der Graaff — Huishoudboekje van de verborgen dingen: Twee opvallende dichterlijke stemmen: Moors met compacte, lyrische poëzie die intiem en wrang tegelijk is; Van der Graaff met formele vindingen (zoals gedichten in de vorm van documenten) en een doorlopende regel die de bundel samenbindt — inventieve, actuele poëzie.
Stijn van der Loo — De strijd van Gulleman: Een zwarte komedie over een Brabants plattelandsbestaan waarin de protagonist worstelt met ziekte, artistieke ambities en relationele ontwrichting. Het boek mixt morbide humor met Bijbelse verwijzingen en een scherp oog voor wensdenken versus werkelijkheid.
Yiyun Li — Things in Nature Merely Grow & Judith Herzberg — Rivka: Li verwerkt onvoorstelbaar verlies — het overlijden van haar kinderen door zelfdoding — in een sobere, etymologisch getinte rouwbeschouwing die literatuur als overlevingswerktuig inzet. Herzbergs toneelstuk Rivka, over het weggeven van een kind in oorlogstijd, toont in korte, krachtige ogenblikken de huiveringwekkende keuzes tijdens de Jodenvervolging.
Tony Tulathimutte — Afwijzing (vert. Arjaan & Thijs van Nimwegen) en Barbi Marković — Minihorror: Tulathimutte biedt een bittere, scherpe kijk op de onlinewereld en eenzaamheid; zijn verhalenbundel werkt als een psychologisch casusboek van romantische krenking en digitale vervreemding. Marković brengt met minimalistische, koortsdroomachtige stijl een hedendaagse existentiële horror over kwetsbaarheid in de grote stad.
Marente de Moor — De bandagist & Olga Ravn — The Wax Child (vert. Martin Aitken): De Moor schetst in De bandagist de veranda’s van het stadsleven door een excentrieke, onverzorgde protagonist; Ravn combineert historisch onderzoek naar heksenvervolgingen met een poëtisch, ongrijpbaar perspectief: een ‘wassen kind’ dat eeuwen overstijgt en allerlei menselijke kwesties als wreedheid en solidariteit reflecteert.
Bert Natter — Aan het einde van de oorlog: Een omstreden, meedogenloze roman over de Duitse vernietigingskampen die sommigen versteld deed staan en anderen afstootte. Recensenten noemen het gedurfd, exact en verontrustend; een boek dat lang blijft doorwerken en vragen oproept over literaire grenzen en representatie van het onvoorstelbare.
Algemene lijn: de geselecteerde titels laten zien dat 2025 literair zowel kleinschalige, intieme verhalen en poëzie als breed opgezette historische en geopolitieke beschouwingen opleverde. Veel werken onderzoeken verlies, identiteit en de consequenties van geschiedenis en moderne technologie voor individuele levens — en tonen hoe vormexperimenten en precieze taal die thema’s nieuw leven kunnen inblazen.