Dit moet je wel en niet doen als je in de auto zit terwijl het bliksemt
In dit artikel:
Bij onweersbuien en regen in het verkeer geldt het advies om extra voorzichtig te zijn vanwege slecht zicht, hagel, windstoten en vooral aquaplaning. Volgens de ADAC is de kans klein dat een auto door blikseminslag wordt getroffen, en in een stalen auto biedt de carrosserie via het kooi van Faraday-principe veilige bescherming doordat de elektrische ontlading rondom de inzittenden naar de grond wordt geleid. Ook elektrische auto's en cabriolets met metalen daken zijn redelijk veilig, maar auto's met kunststof carrosserie bieden nauwelijks bescherming. Bij hevig onweer is het verstandig een veilige plek te zoeken, niet op hoge plekken te parkeren, ramen en het schuifdak te sluiten en metalen voorwerpen in de auto te vermijden.
Bij kampeerders wordt geadviseerd om ramen en deuren te sluiten, geen water te gebruiken en de stroomkabel los te koppelen, terwijl motorrijders en fietsers vooral gevaar lopen door vallende takken en slecht zicht. Ook bij het schuilen moeten metalen constructies, bomen en open plekken worden vermeden; onder een brug of afdak is veiliger, met voldoende afstand tot motor of fiets.
Mocht blikseminslag toch plaatsvinden, dan hoeft de auto niet “ontladen” te worden; de stroom vloeit via de carrosserie direct af, en parkeren tegen een lantaarnpaal of vangrail om te aarden is daardoor overbodig. Bliksemschade wordt niet vergoed vanuit een WA-verzekering, wel bij beperkt casco of allrisk.
In de regen vormt aquaplaning het grootste gevaar. Dit ontstaat als water niet snel genoeg afgevoerd wordt door banden met onvoldoende profiel, waardoor de auto als het ware op het water gaat drijven en grip verliest. Om dit te voorkomen, is het belangrijk banden met voldoende profiel te gebruiken en snelheid aan te passen. Raakt de auto toch in een slip, dan is het cruciaal om niet abrupt te remmen, het gaspedaal los te laten en de koppeling in te drukken (bij handgeschakelde auto's) om de grip te herstellen.
Bij het sturen tijdens een slip raadt men aan niet naar het gevaar te kijken, maar juist naar de gewenste uitweg te sturen. Bij een slip van de voorwielen stuur je mee met de glijrichting; bij het wegschuiven van de achterwielen stuur je tegen om de controle terug te krijgen. Overhaaste of te krachtige stuurbewegingen moeten worden vermeden om de balans van de auto niet verder te verstoren.
Kortom, alertheid en een correcte reactie op veranderende weersomstandigheden kunnen bij onweer en regen gevaarlijke situaties voorkomen en de veiligheid aanzienlijk verhogen.