'Dit kan weleens een grote uitbraak worden.' Vijf vragen over de ebola-waarschuwing van de WHO

zondag, 17 mei 2026 (17:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

In het oosten van de Democratische Republiek Congo (provincie Ituri) ontwikkelt zich een ernstige ebola‑uitbraak die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zondag tot internationale noodsituatie verklaarde. Tot nu toe zijn minstens 80 mensen overleden en zijn 246 verdachte gevallen geregistreerd. Het gaat om de minder vaak voorkomende Bundibugyo‑variant van ebola, waarvoor geen goedgekeurd vaccin of specifieke behandeling bestaat. De WHO spreekt van aanwijzingen dat de besmettingen mogelijk veel uitgebreider zijn dan op dit moment bevestigd.

De eerste verdachte patiënt meldde zich op 24 april in Bunia (Ituri). Lokale tests in de regio lieten aanvankelijk geen ebolabesmetting zien omdat die tests alleen de meest voorkomende Zaïre‑variant detecteren. Nadere analyse in laboratoria in Kinshasa bevestigde uiteindelijk dat het om Bundibugyo gaat. Binnen enkele dagen verspreidden de gevallen zich over meerdere gezondheidszones in Ituri; ook in de Congolese hoofdstad Kinshasa en in Kampala (Oeganda) zijn besmettingen gevonden bij reizigers uit Ituri.

Bundibugyo is weinig bestudeerd: eerder zijn er slechts twee uitbraken mee geregistreerd (2007 in Oeganda en 2012 in Congo) en de sterftecijfers wisselen sterk tussen incidenten. Ebola zelf wordt niet via de lucht overgedragen maar via contact met besmette lichaamsvloeistoffen; mensen zijn pas besmettelijk zodra ze symptomen hebben of nadat ze zijn overleden, waardoor verzorging en begrafenisrituelen een hoog risico vormen. Lokale artsen en WHO‑functionarissen waarschuwen dat een slecht zichtbaar en snel verspreidend virus gevaarlijk is in gebieden met zwakke gezondheidszorg.

Redenen voor het slechte zicht op de uitbraak zijn onder meer het gebrek aan geschikte testkits voor deze subtype, de voortdurende bevolkingsbewegingen door mijnbouw en conflict, en culturele praktijken zoals het verzorgen van zieken en begraven van doden zonder beschermingsmiddelen. Ituri kampt met gewapende onveiligheid en grote vluchtbewegingen; sinds 2021 geldt er een uitzonderingsregime met militaire betrokkenheid, wat toezicht en hulpverlening bemoeilijkt. Ook zijn er meldingen van doden onder zorgverleners en clusters van sterfgevallen die pas achteraf opvallen.

De WHO heeft coördinatie en extra middelen ingezet — onder meer bijna een half miljoen euro voor surveillance, contactopsporing en laboratoriumcapaciteit — en roept ngo’s, donorlanden en buurlanden op snel te ondersteunen. Belangrijke prioriteiten zijn het verspreiden van testkits die Bundibugyo detecteren, snelle opsporing en isolatie van gevallen, het informeren van de bevolking (onder meer om verwarring te voorkomen bij eerdere vaccinaties tegen de Zaïre‑variant) en het opzetten van veilige klinische zorg. Zonder snelle, gecoördineerde actie bestaat het risico dat onopgemerkte transmissieketens de uitbraak verder laten groeien.