Dit kan Europa doen nu het weet dat Navalny is vergiftigd

dinsdag, 17 februari 2026 (11:45) - RTL Nieuws

In dit artikel:

In 2024 overleed oppositieleider Aleksej Navalny op 47-jarige leeftijd in een strafkolonie in Siberië, waar hij een gevangenisstraf van ruim 19 jaar uitzat wegens onder meer het oprichten van een zogenoemde extremistische groepering. Rusland verklaarde destijds dat Navalny onwel was geworden na een wandeling, maar westerse regeringen uitten meteen twijfels. Nu concluderen laboratoria in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Zweden dat Navalny is vergiftigd: in biologisch materiaal dat uit Rusland is gesmokkeld is de extreem giftige stof epibatidine aangetroffen.

Epibatidine komt van nature voor bij pijlgifkikkers in Zuid-Amerika, maar toxicologen wijzen erop dat die dieren zelf niet de directe bron kunnen zijn; de stof ontstaat alleen in de kikkers binnen hun specifieke leefomgeving. Epibatidine is zeer sterk toxisch — naar schatting ongeveer 200 keer krachtiger dan morfine — en in kleine doses dodelijk omdat het de ademhalingsspieren lamlegt. Hoewel er ooit onderzoek naar pijnstilling met deze stof is gedaan, bleek ze ongeschikt door het grote risico op ademhalingsfalen.

Vijf Europese landen leggen de verantwoordelijkheid bij de Russische staat en bij president Vladimir Poetin. In een gezamenlijke verklaring stellen ze dat alleen Rusland beschikking had over de middelen, het motief en de gelegenheid om dit gif toe te dienen, en dat dit een schending vormt van het Verdrag inzake Chemische Wapens. Het Verenigd Koninkrijk heeft de zaak gemeld bij de OPCW, de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens. Minister van Buitenlandse Zaken David van Weel zei dat Nederland de zaak bij de OPCW zal voortzetten en dat het een sterke zaak is, maar wees erop dat zulke procedures langzaam verlopen.

Qua juridische vervolging stuiten westerse landen op beperkingen. De OPCW controleert naleving van het chemische wapenverbod maar kan geen individuele strafzaken voeren. Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) behandelt geschillen tussen staten, en het Internationaal Strafhof (ICC) kan individuen vervolgen — maar Rusland heeft de jurisdictie van het ICC niet erkend, waardoor het hof nu geen rechtsmacht heeft over misdrijven gepleegd door Russische staatsburgers op Russisch grondgebied. Juristen noemen de feiten wel te kwalificeren als moord of zelfs als misdrijf tegen de menselijkheid, maar praktisch is een strafzaak tegen Russische verantwoordelijken op dit moment weinig reëel zonder regimewisseling of instemming van Moskou.

Politiek gezien verwachten experts dat de nieuwe bevindingen zullen leiden tot aanvullende sancties en dat ze de reeds beperkte ruimte voor normalisering van betrekkingen met Poetin verder verkleinen. De oorlog in Oekraïne en de houding van Rusland tegenover internationale verdragen maken het echter onwaarschijnlijk dat de verdenkingen nu snel zullen resulteren in rechtskundige afrekening. Navalny’s moeder heeft op gerechtigheid aangedrongen; veel waarnemers zien die eis voorlopig vooral als moreel en symbolisch van belang.