Dit is wat bleef hangen na afloop van literatuurfestival Het Grote Gebeuren in Groningen
In dit artikel:
In Forum Groningen vond de zeventiende editie van literatuurfestival Het Grote Gebeuren plaats, met als rode draad het spelen met taal, verhalen en verwachtingen. In plaats van een traditionele gezamenlijke opening was de start verspreid: dichter Erik Bindervoet droeg een lang gedicht voor op meerdere plekken in het gebouw, waarmee het festival meteen het idee van spel en verplaatsing invoerde.
Het programma was uitzonderlijk vol — meer dan dertig onderdelen — en dat leidde tot duidelijke keuzestress bij bezoekers: wie veel wil zien, verliest onvermijdelijk dingen. Daardoor gingen sommige premières en bijzondere onderdelen, zoals de luisterbelevenis Oefeningen in het onbekende, de literaire gamehall en de serveerster van literaire cocktails, deels onopgemerkt voorbij.
Publieksinteractie speelde een grote rol. Tijdens het programmaonderdeel Spel is een houding vroeg het publiek hoe je speelruimte kunt bewaren te midden van deadlines en marketing. Illustrator-schrijver Ludwig Volbeda adviseerde zo lang mogelijk de werkmodus en het oog op publiek buiten spel te houden en waarschuwde voor de manier waarop AI speelruimte kan innemen; collega Annet Schaap liet zich kritisch uit over het begrip AI. Moderator Kirsten van Santen faciliteerde die uitwisseling met flexibiliteit.
Het festival zette ook expliciet in op literatuur en erotiek in het blok Letters tussen de lakens. Thom Wijenberg, bekend van zijn debuut Echte Porno, leverde een indringende performance over een man die homoporno kijkt, versterkt door de aanwezigheid van een doventolk. Auteur Alma Mathijsen vertelde over haar vroeg geschreven verhalenbundel Binnen Spelen — geschreven rond haar twintigste — en hoe het schrijven haar hielp plezier en intimiteit terug te winnen na een eerdere traumatische ervaring.
Speelsheid in vorm vond je terug bij vertalers en dichters als Guido van de Wiel, Ted van Lieshout en Maud Vanhauwaert. Van de Wiel belichtte voorbeelden van extremere taalexperimenten — denk aan Georges Perecs en Walter Abishs methodes van schrijfbeperkingen — en kreeg veel waardering voor zijn toelichting op zulke kunstboeken. De Poezieboys combineerden literatuur met performance, en maakten later in de avond ruimte voor Maud Vanhauwaert, die met minimale middelen (variatie in tempo, volume en intentie rond één kernwoord) de dynamiek van een lange relatie en bijbehorende emoties treffend uitbeeldde.
Kortom: Het Grote Gebeuren 17 toonde literatuur als spelruimte — experimenteel, confronterend en publieksparticipatief — maar liet ook zien hoe een te vol programma keuzes dwingt en hoe nieuwe technologieën als AI de spelruimte van makers kunnen beïnvloeden.