Dit gebeurt er als je voor zonsopgang het bos bij Appelscha in stapt
In dit artikel:
In het schemerlicht van een zondagmorgen kwamen vogelliefhebbers bijeen bij het Buitencentrum Terwisscha in Appelscha voor een Vroege Vogelwandeling in het Appelschaster bos (Drents‑Friese Wold). De excursie werd geleid door Staatsbosbeheer‑gids Lex Wierenga en georganiseerd door Vogelbescherming Nederland tijdens de Nationale Vogelweek. Rond kwart over vijf begonnen de bosbewoners hun ochtendconcert: een wirwar van zanglijsters, merels, mezen en spechten vormde een levendig koor.
Deelnemers van uiteenlopende leeftijden — van fanatieke grijsaard tot moeder met jonge dochter — liepen in stilte mee, neurden door herkenningssignalen en gebruikten verrekijkers en een vogelzang‑app om soorten te identificeren. Solisten als de grote bonte specht en de appelvink vielen op: de specht als onmiskenbare „slagwerker”, de appelvink als krachtpatser met een snavel die moeiteloos kernen kraakt. De geelgors leverde een verrassend melodisch moment; zijn roep deed sommige wandelaars denken aan de opening van Beethovens Vijfde.
Op de heide en in het stuifzand van de Kale Duinen werden hoogvliegende leeuweriken en andere showvogels gezien. Het hoogtepunt was het vinden van meerdere tapuiten — een kwetsbare soort die in Nederland alleen nog op enkele plekken voorkomt en vaak in verlaten konijnenholen broedt. De tapuit heeft te lijden van verstoring en van het verdwijnen van konijnen door myxomatose; daarom zijn honden op die plekken verboden. Ook werd een rode wouw boven de groep waargenomen.
In ruim twee uur noteerde de groep dertig verschillende soorten, waaronder zanglijster, bonte vliegenvanger, grote bonte specht, appelvink, goudhaantje, gekraagde roodstaart, geelgors, veld‑ en boomleeuwerik en tapuit. Wierenga vatte het samen: „Wat een cadeautjes vandaag. Echt bijzonder.” De tocht illustreert hoe vroeg opstaan en gerichte begeleiding veel vogelpracht en tegelijk bewustzijn voor behoud kan opleveren.