Dit doen andere EU-landen tegen de gestegen energieprijzen
In dit artikel:
Italië heeft met een kortdurend pakket ingegrepen tegen sterk gestegen brandstofprijzen: premier Giorgia Meloni kondigde aan de pompprijs met 25 cent per liter te verlagen. Volgens ambtelijke bronnen geldt die maatregel ongeveer twintig dagen. Daarnaast reserveert Rome 608 miljoen euro aan fiscale steun om transportbedrijven te helpen bij de aankoop van diesel. In het conceptdecreet staat ook dat bedrijven die vermoedelijk misbruik maken van de situatie—zoals plotselinge prijsstijgingen—zwaarder kunnen worden aangepakt en mogelijk bij justitie kunnen worden gebracht.
Ook Griekenland trad vorige week op en legde maximale winstmarges vast: tankstations mogen maximaal 12 cent per liter boven de groothandelsprijs rekenen, en supermarkten mogen niet meer verdienen dan het jaargemiddelde van vorig jaar; overtreders riskeren boetes tot 5 miljoen euro. Die maatregelen lopen tot eind juni en moeten voorkomen dat handelaren buitensporig profiteren van de hogere energiekosten.
De hoge energieprijzen staan inmiddels ook op de agenda van de Europese top. Brussel ziet het probleem grotendeels als een aangelegenheid voor lidstaten zelf, maar onderzoekt tegelijk gerichte en tijdelijke instrumenten om verlichting te bieden, zoals versoepeling van staatssteunregels of een mogelijke maximumprijs voor gas — voorstellen die Ursula von der Leyen in een brief aan de leiders heeft genoemd. De situatie scherpt ook het debat over het EU-emissiehandelssysteem (ETS): sommige landen vragen meer gratis CO2‑rechten voor de industrie om de kosten te dempen, terwijl andere landen, waaronder Nederland, niet willen afzwakken.
Binnen Nederland bereidt het kabinet zich voor op eventuele maatregelen, maar minister-president Rob Jetten waarschuwde voor overhaaste acties die in de ene lidstaat gunstiger kunnen uitpakken dan in een andere. Financieel minister Eelco Heinen stelde eerder deze maand dat het nog te vroeg is om al ingrijpende stappen te nemen met het oog op de ontwikkelingen rond Iran. De Europese Commissie benadrukt dat versnelling van de energietransitie noodzakelijk is om afhankelijkheid van olie en gas — en daarmee kwetsbaarheid voor prijschokken — te verminderen.