Discussie over oorsprong Grote Piramide laait op: 'eerder gebruikt door verloren beschaving'
In dit artikel:
De discussie over leeftijd en functie van de Grote Piramide van Gizeh is weer opgelaaid door nieuwe speculaties die het bouwwerk ouder maken dan de gangbare datering en het doel ervan in twijfel trekken. De conventionele wetenschap plaatst de bouw rond 2600 v.Chr. tijdens de Vierde Dynastie, op basis van bouwsporen, inscripties en logistieke aanwijzingen zoals het vervoer van kalksteen via de Nijl.
AJ Gentile van The Why Files stelde in een recente podcast dat in de piramide spoortjes van chemicaliën zijn aangetroffen — onder meer zinkchloride, zoutzuur en zwavelzuur — die bedoeld zouden zijn geweest om chemische reacties op gang te brengen en zo energie te genereren. Hij wijst op het interne systeem van schachten en kamers als mogelijkheden om vloeistoffen door zwaartekracht te laten stromen, met vrijgekomen gassen zoals waterstof tot gevolg. Daarnaast speelt volgens hem graniet (rijk aan kwarts) een rol via elektrische effecten onder druk, en zouden geluidstrillingen, grondwater, koperen geleiders en een gouden topsteen het geheel hebben versterkt of naar buiten geleid.
Deze visie sluit aan bij oudere alternatieve ideeën, zoals de Orion-correlatietheorie die de piramides koppelt aan sterrenbeelden en een veel oudere oorsprong (rond 10.500 v.Chr.) suggereert. Ook wordt de klassieke opvatting dat de piramide een graf van farao Cheops was aangevochten, mede omdat diens mummie ontbreekt. Belangrijk is dat deze claims tot nu toe tot de minderheid behoren; de meerderheid van egyptologen steunt de traditionele datering en verklaring vanwege ruime archeologische context en bewijslijnen.