Discussie over onderwijsvrijheid baart bestuurder Jan Kloosterman zorgen, maar: „God staat boven de dingen"
In dit artikel:
Jan Kloosterman, bestuurder van Driestar Educatief in Gouda, waarschuwt dat artikel 23 van de Grondwet — de grondslag voor de vrijheid van onderwijs — opnieuw scherp ter discussie staat. In een interview met Zicht op de kerk legt hij uit dat het debat volgens hem dieper gaat dan schoolbeleid: het raakt aan de vraag of de Nederlandse samenleving nog ruimte kan bieden voor wezenlijk verschillende levensopvattingen. Hij noemt als recent voorbeeld een debat in de Tweede Kamer (november) en een motie van de VVD om artikel 1 (gelijke behandeling) boven artikel 23 te plaatsen, en maakt zich zorgen over mogelijke stappen van het volgende kabinet. Kloosterman roept christenen op niet alleen defensief bescherming te zoeken, maar ook actief in gesprek te gaan, elkaar met bescheidenheid en respect tegemoet te treden en de eigen overtuiging op een wijze manier te blijven uitdragen. Hij plaatst de discussie bovendien in een geestelijke dimensie: ook bij onzekere uitkomsten blijft God volgens hem boven alle dingen staan.
De zorgen van Kloosterman vormen onderdeel van een bredere reflectie binnen kerkelijke kringen over toenemende polarisatie in Nederland. In Om Sions Wil betoogt emeritus predikant W. Silfhout dat de samenleving steeds meer in wij‑en‑zij‑verhoudingen uiteenvalt; dit patroon wordt volgens hem zelfs in bijbelse eindtijdperspectieven verwacht. Praktische signalen van die polarisatie werden recent zichtbaar: Van Dale zag zich genoodzaakt de verkiezing van het woord van het jaar af te gelasten na felle reacties, en incidenten in Amsterdam leidden tot maatschappelijke verontwaardiging. Ook de Troonrede 2025 werd aangehaald als reflectie op de groeiende tegenstellingen in straatbeeld, universiteiten en Den Haag.
Binnen de christelijke wereld zijn diverse reacties zichtbaar. Kerkelijke en maatschappelijke initiatieven blijven aandacht vragen voor concrete noden: zo organiseert Kerk in Actie een landelijke Armoededag, waarbij vrijwilligers als Andries Otte benadrukken dat welvaart ook verplicht tot zorg voor anderen. In Harderwijk werd een drukbezochte gebedsbijeenkomst voor Iran gehouden; voorganger Gilbert Hovsepian, van Iraanse afkomst, riep op geen haat te voeden, ook niet in reactie op geweld of onderdrukking. Tegelijk bestaat er discussie over de term ‘christenvervolging’ in Nederland: Erik Borgman waarschuwt in Trouw dat die term hier vaak niet passend is, maar benadrukt dat er wel veel nood is in gezinnen, onderwijs en kerken en dat christenen elkaar in die noden moeten bijstaan.
Onderwijsinstellingen en jongerenorganisaties blijven actief: Driestar Hogeschool en aanverwante groepen organiseren bijeenkomsten rond gebed en de betekenis van Bijbel en onderwijs. Ook lokale evangelisatie‑ en bijbelcursussen trekken nieuwkomers die op zoek zijn naar zingeving. Ten slotte wordt in Om Sions Wil stilgestaan bij het plotselinge overlijden van uitgever Cor de Pater (5 januari), een persoonlijk verlies binnen het interkerkelijke landschap.
Samenvattend: christelijke organisaties en leiders signaleren toenemende maatschappelijke polarisatie en een aanscherping van discussies rond religieus onderwijs. Hun antwoord varieert van politieke waakzaamheid tot het benadrukken van dialoog, pastorale zorg en praktische naastenliefde, waarbij velen de kwestie zowel civiel als spiritueel willen plaatsen.