Onderzoek moslimdiscriminatie in Nederland blijkt gefinancierd door Turkse overheid
In dit artikel:
Het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) heeft deze week een rapport gepubliceerd over discriminatie van moslimjongeren in Nederland. Het onderzoek, uitgevoerd door het samenwerkingsverband van het Verwey-Jonker Instituut en Movisie, concludeert dat moslimdiscriminatie in Nederland wijdverbreid is: negatieve beeldvorming, gepolariseerde debatten over islam en migratie en dagelijkse ervaringen met uitsluiting vormen voor veel jongeren de realiteit. KIS baseert die conclusie op literatuuronderzoek en gesprekken met beleidsmakers en 57 moslimjongeren.
Financiering van het onderzoek kwam deels van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en deels van de ISN Academie. De ISN Academie maakt deel uit van de Islamitische Stichting Nederland (ISN), die in het Turks Hollanda Diyanet Vakfi heet en een directe band heeft met Diyanet, het Turkse presidium voor godsdienstzaken dat onder de Turkse overheid valt. Volgens beschikbare gegevens had ISN eind 2024 meer dan 46 miljoen euro vermogen; daarnaast ontving ISN tussen 2016 en 2024 voor 143.000 euro aan Nederlandse overheidssubsidies.
De twee uitvoerende organisaties ontvangen zelf ook structureel overheidsgeld: het Verwey-Jonker Instituut kreeg tussen 2016 en 2024 ruim 12,8 miljoen euro aan subsidies, Movisie ruim 57,6 miljoen euro. Het rapport benadrukt dat de interviews met jongeren een belangrijke rol speelden in de bevindingen en dat KIS samenwerkt met scholen en universiteiten bij dit onderwerp.
De combinatie van overheidssubsidies en aanvullende financiering door een organisatie die gelieerd is aan een buitenlandse religieuze staatsinstelling roept vragen op over publieke betrokkenheid en invloed. Die zorg wordt versterkt door de eerder besproken internationale rol van Diyanet: in september vorig jaar deed het hoofd van Diyanet tijdens een conferentie een oproep tot ‘wereldwijde jihad’, een uitspraak die in het KIS-rapport zelf niet wordt genoemd.
Kortom: het KIS-onderzoek brengt levendig in kaart hoe moslimjongeren discriminatie ervaren in Nederland, maar de geldstromen achter het onderzoek — met name de bijdrage van een Diyanet-gelieerde organisatie — maken het rapport tevens onderwerp van discussie over transparantie en buitenlandse bindingen.