Dirk en Aldi verdwijnen uit het centrum: is er nog toekomst voor de kleine buurtsuper in de binnenstad?
In dit artikel:
De sluiting van een Dirk in de Warmoesstraat op 31 juli en een Aldi in de Nieuwe Weteringstraat half juni laat zien hoe moeilijk kleine, reguliere supermarkten het hebben in de Amsterdamse binnenstad. Volgens Dirk maken stijgende kosten, extra regels en praktische beperkingen zulke winkels steeds minder rendabel. Aldi ontkent overigens dat de huur de reden voor de sluiting was.
Supermarktexpert Erik Hemmes ziet niet alleen het beperkte winkeloppervlak als probleem. Bewoners die hun wekelijkse boodschappen doen, kiezen vaak voor grotere winkels met een ruimer assortiment. Bovendien is bevoorrading in de smalle binnenstad lastig. Uitbreiden is meestal geen optie, zoals bij de Aldi, waar simpelweg geen extra ruimte beschikbaar was.
Winkels als kleine AH to Go-vestigingen en Spars hebben volgens Hemmes een ander verdienmodel. Zij richten zich op toeristen en voorbijgangers die vooral koffie, broodjes, snacks en kant-en-klare maaltijden kopen. De marges daarop zijn hoger dan op dagelijkse boodschappen en helpen de hoge huren op te vangen. In het centrum kunnen winkelhuren volgens Hemmes oplopen tot vier keer het landelijke gemiddelde van ongeveer 250 euro per vierkante meter per jaar.
Toch verwacht Hemmes niet dat betaalbare supermarkten volledig uit het centrum verdwijnen. Er zijn nog winkels in en rond de binnenstad, en veel bewoners kunnen snel naar een grotere supermarkt fietsen. De sluiting van Aldi leidde desondanks tot zorgen bij bewoners en het stadsdeel, omdat prijsverschillen met bijvoorbeeld Albert Heijn juist voor huishoudens met hoge woonlasten zwaar kunnen wegen.
De Oranjezomer: Chris Woerts ziet spannende beelden uit De Bondgenoten: 'Ik ga kijken!'