Directeur ngo op Lesbos na uitspraak rechter: Ruimte voor hulp aan bootvluchteling nog onduidelijk
In dit artikel:
Een Griekse rechter heeft donderdag Nederlandse vrijwilligers en anderen van de hulporganisatie Emergency Response Centre International vrijgesproken van aanklachten die verband hielden met hun reddingswerk bij Lesbos, waaronder beschuldigingen van mensenhandel. De zaak draaide om activiteiten sinds 2015, toen vrijwilligers rubberbootjes op de Egeïsche Zee begeleidden en op het strand vluchtelingen opwachten met water, dekens en voedsel. Onder de beklaagden zat ook de 78‑jarige Pieter Wittenberg uit Peest, die sinds 2016 op Lesbos actief was. Na ruim een dag in de rechtszaal vierde HumanPower de uitspraak; volgens woordvoerder Ebel Jan van Dijk was "het een emotioneel moment."
De aanklacht uit 2018 leidde tot een jarenlange rechtszaak die een belangrijke dempende werking had op humanitaire hulp rond Lesbos. Vrijwilligers en ngo’s stopten met reddingsacties op zee en kregen zelfs het advies hulp aan aangespoelde mensen op het strand te vermijden uit vrees voor vervolging. Directeur Esther Vonk van de Nederlandse Stichting Bootvluchteling zegt dat haar organisatie door de rechtszaak geen risico’s meer wilde nemen om zo hun andere werkzaamheden in vluchtelingenkampen niet in gevaar te brengen.
Hoewel de vrijspraak een opening kan bieden, reageren betrokken organisaties terughoudend: zij willen het schriftelijke vonnis eerst bestuderen en mogelijk overleg met Griekse autoriteiten voeren om duidelijkheid te krijgen over wat nu wel of niet is toegestaan. Tegelijkertijd dreigt nieuw Griekse wetgeving die humanitaire hulpverlening en vrijwilligers zou criminaliseren, waardoor structurele onzekerheid blijft bestaan. Vonk hoopt dat vluchtelingen straks weer de hulp krijgen die de afgelopen jaren is uitgebleven, maar waarschuwt dat de politieke en juridische context bepalend blijft voor of en hoe hulp op zee kan worden hervat.