Directeur Gino Tibboel van gevangenis Leeuwarden gaat met pensioen en doet zijn verhaal. 'Ik ben me toen de pleuris geschrokken'
In dit artikel:
Gino Tibboel, 64, stopt op 1 juni als vestigingsdirecteur van de gevangenis in Leeuwarden en kijkt terug op een lange, afwisselende loopbaan in veiligheid en detentie. Hij begon met werken vanaf zijn achttiende, werkte meer dan 25 jaar bij de brandweer (onder meer als commandant in Den Helder) en vervulde directeursfuncties in Amsterdam en bij het detentiecentrum Schiphol. Sinds 2012 is hij actief binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en sinds zijn komst naar Leeuwarden in 2020 probeert hij veranderingen door te voeren. Hij wordt opgevolgd door plaatsvervangend directeur Laura van Campen.
Tibboel typeert zijn werk als veel vergaderen en voortdurend alert zijn op incidenten in de kleine, dynamische samenleving van zo’n 240 gedetineerden. Hij noemt enkele schokkende gebeurtenissen: in 2023 kwam een gedetineerde Leeuwarden binnen met een geladen pistool dat bij eerdere fouilleringen gemist was — een situatie die hem “de pleuris” deed schrikken — en eerder werd op een afdeling een zogenoemde schietpen gevonden, een ogenschijnlijk gewone pen die functioneert als loop van een vuurwapen. Tussen 2020 en 2021 waren er bovendien vier zelfdodingen binnen een jaar, iets wat zowel emotioneel zwaar was voor personeel als aanleiding gaf tot vragen over wat hulpverlening had kunnen betekenen.
Personeel en integriteit vormen een belangrijk aandachtspunt. Tibboel vertelt over incidenten elders waarbij medewerkers drugs, alcohol of telefoons naar binnen smokkelden, of zelfs persoonlijke misstappen begingen die ontslag tot gevolg hadden. In Leeuwarden ziet hij de organisatie als overwegend integer. De provincie kent minder problemen met werving dan andere plekken, al is personeel op de zorgafdeling — zoals psychologen — schaars. Tegelijkertijd stroomt een groep zestigplussers uit, maar Tibboel relativeert het verlies van ervaring: soms zijn vastgeroeste gewoontes juist een nadeel.
Een terugkerende zorg is de steeds complexere gedetineerdenpopulatie. Volgens Tibboel heeft ongeveer de helft van de Nederlandse gedetineerden een licht verstandelijke beperking; forensische psychiatrische centra en tbs-klinieken zijn overvol, waardoor mensen met zware zorgbehoeften in normale gevangenissen terechtkomen. Dat leidt tot spanningen op afdelingen: medebewoners raken soms geterroriseerd door gedrags- en psychische problemen, waarna sancties volgen maar onderliggende zorgvragen onvoldoende worden opgelost.
Beleid en verandering trekken hem: Tibboel pleit langdurig voor meer zelfsturende afdelingen, geïnspireerd door een detentieconcept in Lelystad waar kleine groepen samen leven, koken en schoonmaken zonder permanente bewaking. Hij vindt dat gedetineerden op die manier verantwoordelijkheid leren en personeel wordt ontlast. Zijn grootste ergernis is echter de risicomijdende cultuur bij DJI: regels en procedures uit het verleden blokkeren vernieuwing, waardoor leren van fouten en experimenteren lastig is. Tibboel stelt dat fouten soms onvermijdelijk zijn en dat de reflex om direct alles dicht te regelen contraproductief kan zijn.
Over strafbeleid is zijn oordeel genuanceerd. Hij waarschuwt dat zwaardere straffen niet per se meer veiligheid opleveren en pleit eerder voor betere begeleiding. Over levenslange gevangenisstraf is hij eerlijk verdeeld: bij extreme misdaden vindt hij langdurige opsluiting begrijpelijk, maar hij vraagt zich af of het houdbaar of menselijk is om iemand tot aan de dood opgesloten te houden, ook als de daders na decennia verouderen of dementeren. Soms is verplaatsing naar een verzorgingssetting praktischer en goedkoper.
Na zijn pensioen wil Tibboel zich vooral richten op familie, vrienden en sportieve hobby’s zoals crossfit, sportduiken en onderwaterhockey — activiteiten die hem al jaren energie geven. In het interview blijft hij scherp en direct: kritisch op traag beleid, voorstander van praktische oplossingen binnen de gevangenis en realistisch over de menselijke kost van werken in de seeldienst.