Digitale euro als „halfbakken prestigeproject" of „existentieel gevaar"? „We zijn afhankelijk van banken"
In dit artikel:
De EU-landen bereikten afgelopen maand een akkoord over de invoering van een digitale euro: een door de Europese Centrale Bank uitgegeven, digitaal betaalmiddel dat naast contant geld en banktegoeden moet bestaan. Burgers kopen digitale euro’s met geld van hun betaalrekening en bewaren die in een digitale wallet, die zowel online als offline betalingen mogelijk moet maken. Belangrijk juridisch onderscheid: waar banktegoeden een vordering op een commerciële bank zijn, is de digitale euro een directe vordering op de centrale bank — kortom publiek geld in digitale vorm. Het beoogde doel is een veilig, Europees alternatief dat minder afhankelijk is van Amerikaanse techbedrijven en commerciële banken.
Nederland, mede dankzij de inzet van de SP, heeft in de onderhandelingen gedragsregels rond privacy en techniek afgedwongen. De digitale euro mag niet “programmeerbaar” zijn — de overheid mag dus niet via technische beperkingen bepalen waaraan geld besteed wordt — en er komt een offline-variant om privacy te beschermen. Toch blijft wantrouwen bestaan: veel burgers, en vooral christelijke groepen, vrezen dat zo’n instrument kan uitmonden in een systeem waarbij de overheid kan bepalen wie mag kopen of verkopen. Deze angsten worden vaak in verband gebracht met Bijbelse beelden uit Openbaring 13.
Jesse Six Dijkstra, voormalig Tweede Kamerlid en AI-expert, volgt de discussie sinds 2021. Hij plaatst de digitale euro in het bredere vraagstuk van “van wie is ons geld?” en maakt het onderscheid tussen publiek geld (contant geld, centrale bank) en privaat geld (deposito’s bij commerciële banken). Hij bekritiseert de huidige vorm van de digitale euro als beperkt: er mag geen rente op worden gegeven en er komt waarschijnlijk een plafond van een paar duizend euro, waardoor het geen echt alternatief voor spaartegoeden bij commerciële banken is. Hij noemt het daardoor gedeeltelijk een “prestigeproject” van Europa. Six Dijkstra wijst er ook op dat bestaande macht over burgers al veel bij commerciële partijen ligt — hij verwijst onder meer naar het bevriezen van rekeningen tijdens de Canadese truckersprotesten in 2022 als voorbeeld van hoe commerciële banken kunnen ingrijpen op verzoek van overheden.
De vrees voor “programmeerbaarheid” is niet ongegrond, zeker gezien voorbeelden uit China. Six Dijkstra erkent die bezorgdheid, maar benadrukt dat de huidige overeenkomst expliciet een verbod op programmeerbaarheid bevat en dat een kwaadwillende overheid in elk geval ook zonder digitale euro al veel mogelijkheden heeft om burgers te benadelen. Voor hem is de grotere zorg de concentratie van macht bij techmiljardairs en Silicon Valley dan bij de Europese instituties.
Praktisch: de digitale euro is volgens de EU een aanvulling, geen vervanging van contant geld. Er wordt nog onderhandeld in het Europees Parlement en een mogelijke invoering ligt niet voor 2029. Voor consumenten blijft deelname vrijwillig; winkeliers die al pin accepteren, krijgen later waarschijnlijk een acceptatieplicht voor de digitale euro. Tegelijkertijd beperken anti-witwasmaatregelen het gebruik van grote contante betalingen, wat de rol van cash geleidelijk kan inkleuren.
Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'