Dierenartskosten te hoog voor minima: noodfonds slaat alarm
In dit artikel:
Meer huisdiereigenaren met een krappe beurs schakelen de dierenarts niet meer in of stellen zorg uit, doordat de kosten sterk zijn gestegen. Het noodfonds van de Dierenbescherming betaalt inmiddels per dier recordbedragen uit; dat blijkt onder meer aan het verhaal van Eindhovenaar Sabrina, wier kat Milkey dankzij zo’n bijdrage een levensreddende operatie kreeg. De organisatie en dierenartsen signaleren dat de vraag naar financiële hulp explodeert.
Marktwaakhond ACM wijst op meerdere oorzaken, waaronder de opkomst van commerciële dierenartsketens die na overnames vaak hogere tarieven hanteren. De ACM adviseert de landelijke politiek commerciële prikkels te verbieden, zoals bonussen die omzetsturing stimuleren. Cijfers lopen uiteen: ACM noemt ruim 250.000 Nederlandse huishoudens met laag inkomen en een huisdier, terwijl de Stichting Bevordering Huisdierenwelzijn uitkomt op 451.200 huishoudens — samen goed voor naar schatting 857.280 honden en katten die mogelijk onvoldoende zorg krijgen.
Hulporganisaties en lokale overheden proberen in te springen, maar raken overbelast. De genoemde stichting beperkt haar dienstverlening vanaf 2025 tot Noord-Holland, Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Flevoland en onderhandelt actief met dierenartsen over kortingen. Ongeveer veertig gemeenten hebben al eigen regelingen of plannen (stadspassen, subsidies, sterilisatie- en chipacties) en er bestaan circa 55 dierenvoedselbanken, die ook moeite hebben de vraag bij te benen.
Dierenartsen melden dat uitgestelde zorg vaak leidt tot ernstiger problemen en uiteindelijk hogere kosten en meer dierenleed. De Dierenbescherming benadrukt dat armoede geen uitsluitingsgrond is voor het hebben van een huisdier; huisdieren kunnen juist veel steun geven. Beleidsmaatregelen, lokale initiatieven en structurele oplossingen worden genoemd als noodzakelijke stappen om toegankelijke diergeneeskunde voor kwetsbare huishoudens te waarborgen.