Dieren zeggen nooit dat je je tanden moet poetsen. Daarom wil ik dieren, zei mijn buurmeisje

woensdag, 30 september 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

De verteller ziet op een ochtend tijdens het fietsen een haas over de dijk bij zijn huis razen. Het dier, dat door de buurtbewoners Harrie wordt genoemd, blijkt daar volgens de buurvrouw dagelijks te rennen. Zijn snelheid maakt diepe indruk: hij lijkt moeiteloos het drukke verkeer, auto’s en fatbikes achter zich te laten.

De kinderen uit de buurt kennen Harrie en staan geregeld langs de dijk om hem te zien. Ze raken bezorgd wanneer ze zich afvragen wat er zou gebeuren als hij wordt aangereden. De verteller fantaseert dat de kinderen zich dan als een beschermende kring om de overleden haas zouden opstellen, omdat de wegen volgens hen eerder aan dieren en kinderen toebehoren dan aan volwassenen.

De ontmoeting verandert de manier waarop de verteller naar zijn omgeving kijkt: alles wat in de verte beweegt, kan een haas zijn, en elke haas wordt Harrie. Via een verwijzing naar filosofe Patricia de Martelaere reflecteert hij bovendien op de menselijke neiging dieren als minderwaardig te zien. Voor hem maakt Harrie juist zichtbaar hoe bijzonder, kwetsbaar en waardevol dieren zijn. De haas groeit zo uit tot een symbool van vrijheid, verwondering en gedeelde zorg in de buurt.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Dumfries over ingrijpen in luidruchtige interviewruimte: 'De jongens vonden het wel grappig ja!'