Dieren in films zijn meestal slachtoffer: op de set of daarbuiten. Tijd voor de 'Tonka-test', voor een dierwaardige film
In dit artikel:
Mina Etemad pleit voor een andere manier waarop films dieren verbeelden. Volgens de cultuurverslaggever worden dieren in producties als The Odyssey en Amores perros meestal teruggebracht tot eenvoudige functies: een hond is trouw en sterft, of is agressief en gevaarlijk. Ook andere soorten krijgen vaak een eenzijdig imago. Haaien, vogels en gorilla’s verschijnen als monsters, terwijl beren, biggen en sommige honden vooral schattig en ongevaarlijk zijn. Als dieren wel een complexer karakter krijgen, dienen ze vaak als metafoor voor menselijke problemen.
Die beeldvorming heeft volgens Etemad gevolgen. Films zijn niet de enige bron van het idee dat mensen boven andere soorten staan, maar ze beïnvloeden wel hoe het publiek naar dieren kijkt en hoe de samenleving met hen omgaat. Zo kunnen angstbeelden rond haaien bijdragen aan de acceptatie van hun vervolging, terwijl idyllische voorstellingen van het boerenleven verhullen dat jaarlijks tientallen miljarden landbouwdieren worden gedood. Etemad verwijst ook naar de geschatte honderd miljoen haaien die jaarlijks omkomen.
Als inspiratie voor een nieuwe meetlat gebruikt Etemad de Bechdeltest, die nagaat of films vrouwelijke personages ruimte geven buiten hun verhouding tot mannen. Voor dieren stelt ze de Tonka-test voor, genoemd naar een chimpansee die in de jaren negentig als acteur werd ingezet. Tonka speelde onder meer in George of the Jungle, Buddy en Babe: Pig in the City. Hij werd in menselijke kleding gestoken en vooral als vertederend en handelbaar dier gepresenteerd. Na zijn filmcarrière leefde hij jarenlang opgesloten in slechte omstandigheden. De documentaireserie Chimp Crazy bracht zijn situatie in 2022 opnieuw onder de aandacht. Na een juridische strijd van dierenrechtenorganisatie PETA kwam Tonka in een opvang terecht, waar hij weer met soortgenoten kon leven.
De Tonka-test bestaat uit drie voorwaarden. Ten eerste mogen dieren niet simpelweg menselijke taal spreken. Daarmee verdwijnen hun eigen communicatiemiddelen en hun eigen manier van de wereld ervaren naar de achtergrond. Etemad wijst erop dat honden, hagedissen en prairiehonden op uiteenlopende manieren informatie uitwisselen. Films waarin dieren zich gedragen als mensen, zoals veel animatieproducties, laten volgens haar weinig ruimte voor die eigenheid.
De tweede eis is dat dieren niet uitsluitend als knuffels of monsters worden voorgesteld. Een dier kan gevaarlijk, speels, sociaal of eigenzinnig zijn; één eigenschap mag niet het volledige beeld bepalen. De derde voorwaarde luidt dat gezelschapsdieren niet sterven. De dood van een hond, paard of ander huisdier wordt in veel films gebruikt om menselijke emoties op te roepen of een verhaal in beweging te zetten. Daardoor fungeren deze dieren volgens Etemad vooral als trouwe en dienstbare hulpmiddelen binnen een menselijk drama.
Enkele films voldoen volgens haar grotendeels aan de test. In Okja staat een genetisch gemodificeerd varken centraal dat niet spreekt, niet als monster wordt neergezet en de film overleeft. Free Willy vestigt de aandacht op de bevrijding van een orka uit gevangenschap, al merkt Etemad op dat het verhaal sentimenteel is en dat het echte leven van de orka die Willy speelde tragisch verliep. In Eo wordt het perspectief van een ezel gevolgd die van exploitatie naar exploitatie door Europa trekt; mensen blijven grotendeels op de achtergrond. Ook de animatiefilm Flow, waarin dieren na een overstroming samen op een boot belanden, vermijdt menselijke dialogen en laat de dieren zelf het verhaal dragen.
Geen van deze voorbeelden is volgens Etemad volmaakt. Wel maken ze duidelijk dat films dieren ook kunnen tonen als voelende, zelfstandige wezens en aandacht kunnen vragen voor hun uitbuiting. Ze roept filmmakers op antropocentrische ideeën kritisch te onderzoeken en kijkers aan om bewuster te letten op de manier waarop dieren in beeld komen. Een gelijkwaardiger relatie tussen mens en dier zou volgens haar niet alleen in de werkelijkheid, maar ook in de verbeelding moeten beginnen.
Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van beelden Rod Stewart: 'De kapper maakt het morgen af!'